Pagina's

woensdag 28 november 2012

Wensen voor 2013 (12 t/m 21)

Over een maand en een paar dagen wil ik graag mijn lijst met wensen af hebben voor volgend jaar. Leuk om de grabbelton vol te hebben op 1 januari. Ik heb dus nog een tijdje nagedacht over de lijst. Laat ik beginnen met wat ik nog voor anderen wil betekenen.

Wens 12: Ik wil graag weer vrijwilligerswerk doen. Ik had een afspraak bij de winkel van Terre des Hommes hier in de buurt. Twee zaterdagmiddagen achter de kassa en andere werkzaamheden in de winkel. Het leek me een mooie combinatie met de sanghaochtend, die ik de eerste en de derde zaterdag van het jaar heb. Helaas heeft de coördinator van de winkel me afgebeld voor voorlopig. Ze wilden eerst de mensen die ze nu in opleiding hadden in de winkel aan het werk hebben, voordat ze weer iemand zouden aannemen. Gelukkig hebben ze genoeg vrijwilligers. Ik zou het wel heel leuk vinden om zoiets te doen. Ik sta achter de doelen van Terre des Hommes en het werk vergt niet teveel denkwerk. Daarvan heb ik al genoeg. Misschien wacht ik op een andere kans, misschien ga ik op zoek naar een ander baantje. In ieder geval ga ik het in 2013 regelen.

Wens 13: Geven. Ik zal iedere maand de tijd nemen om een goed doel te vinden en daar geld aan te geven. Ik kies altijd voor onderwijsdoelen voor kinderen in achterstandsposities (vandaar ook mijn steun aan Terre de Hommes). Daar zijn heel veel voorbeelden van te bedenken. Het is leuk om daar keuzes in te maken. Met aandacht zoeken naar een goed doel. Dat is ook een mooie combinatie met een sanghadag.

Wens 14: Het huiskamertoneel was zo leuk, dat ik volgend jaar mee ga doen aan het cultuur in de buurtfestival. Dat is een verzameling huiskamervoorstellingen waar buurtbewoners langs kunnen gaan. Steeds een voorstelling van ongeveer een half uur, en dan van huiskamer naar huiskamer.

Wens 15 is een leesproject. Ik ben de laatste tijd erg geïnteresseerd geraakt in de founding fathers van de Verenigde Staten. De verlichte geest van deze mannen boeit me. Ik heb al eens eerder leesprojecten gehad: Bloomsbury, Franse Revolutie en Darwin. Dit is een mooi nieuw onderwerp.

Wens 16 ga ik ondernemen met mijn voormalige buurvrouw V. We hebben samen nog steeds de afspraak staan om te gaan eten bij een Vietnamees restaurant. Het moest er dit jaar maar eens van komen.

Met dezelfde buurvrouw en een andere buurvrouw heb ik nog de afspraak om een dagje naar Borkum te gaan. Dat wordt dus wens 17. Zo snel mogelijk maar vastleggen, anders komt het er niet meer van. De tweede buurvrouw heeft een oude camper. Daar kunnen we prima mee naar de boot rijden. Het eiland, kunnen we geloof ik niet op met de auto, maar ach, op de terugweg lekker langs de weg koken alsof we op de camping zijn. Het lijkt me reuze leuk.

Met vriendinnen heb ik twee weken geleden de afspraak gemaakt dat ik volgend jaar met ze mee ga naar Oerol. Zij gaan ieder jaar en hebben dan een paar prachtige dagen. De afgelopen jaren kon ik steeds niet. Dat moet nu maar eens anders. Oerol met vriendinnen is dus wens 18.

Wens 19 is een gedeelde wens met mijn broer en zus. We hebben in het verleden zogenaamde brussendagen gehad: broer-en-zussendagen. Dan wandelen we een mooie route, die we afsluiten in een leuk restaurant en ondertussen praten we dat het een lieve lust is. Het zijn heerlijke dagen. Dit keer ben ik aan de beurt. Er waren de afgelopen maanden allerlei redenen, goede redenen, waardoor het niet door kon gaan. Maar het wordt wel weer tijd.  


Nog twee wensen, en dan ben ik op de helft: 20: Ik wil een mooi prikbord maken om in mijn halletje te hangen. Daar wil ik allerlei dingen op prikken die me welkom heten in mijn huis. 21: Aan het einde van het jaar wil ik een duidelijk beeld hebben van wat ik met mijn groententuin ga doen. Ik heb prachtige voorbeelden gezien tijdens mijn reis langs de Loire in september. Daar moet ik toch iets moois van weten te maken. 

dinsdag 27 november 2012

Bietjes en knolselderij

Voor mijn lunch deze week maakte ik zondag een pan knolselderijsoep en bietjessalade. De soep ging volgens mijn standaardrecept: veel groente net onder water in de pan, bouillonblokje erbij en wat kruiden naar smaak. Dit keer sneed ik er als extraatje een rode uit doorheen. Als het gaar is, pureren met de staafmixer. Het levert altijd weer een intens smakende soep op. Iedere morgen warm ik een deel van de soep op. Die gaat in een kleine thermosfles (ooit uit een kerstpakket) mee naar mijn werk.Rond lunchtijd heb ik dan heerlijk warme soep. 

De bietjes kookte ik gaar en daarna gingen ze door de rasp. Ik combineerde het met fijn gesneden mierikswortel. Elke dag heb ik naast mijn boterhammen nog een klein hapje groente. Dat maakt elke lunch een klein feestje.

Ik kookte meer bietjes dan ik nodig had voor de salade. Daar maakte ik bietenrelish van, een soort kruidige salade. Het is heel lekker met geitenkaas, cottage cheese of bij andere frisse kazen. Het recept heb ik ooit uit een kookboek gekopieerd. Ik heb dus geen idee van wie het oorspronkelijk is. 

Ik kookte een kilo bietjes, die ik vervolgens in kleine reepjes sneed. Ik heb ze niet geraspt omdat je ze dan tot prut kookt. Daarna deed ik in een pan 400 gram suiker, een goede scheut azijn, een theelepel gemalen koriander, gemalen piment, kaneel en 8 kruidnagels. Dat bracht ik aan de kook. Intussen sneed ik 5 sjalotten fijn die door de saus gingen met 4 tenen knoflook uit de knijper. Daarna moesten er 4 sinaasappels door en de rasp van 1 sinaasappel. Om de stukjes van de sinaasappel zonder velletjes in de saus te krijgen, schilde ik de vrucht dik en daarna sneed ik de stukjes tussen de velletjes uit. Omdat ik dat boven de pan deed, kwam het sap ook in de relish. Tenslotte hakte ik een goed stuk verse gember fijn en deed dat bij de saus. 

Toen dit een beetje gemengd was, gingen de bietenreepjes erbij en liet ik het geheel een half uur pruttelen. Ik kook dit in een gietijzeren pan. Als ik het gas uit zet, blijft de pan nog lang heet en kan de relish goed nagaren. En ik gebruik niet meer gas dan nodig is.

Gisteravond was het tijd om de relish in te maken. Ik maakte 3 potten schoon met kokend heet water en soda en daarna nog een keer met alleen kokend water. Terwijl ik dat deed, warmde ik de relish weer op. Als die goed heet in de potten gaat, werkt het vacuümprincipe van de potten het best. En daarna is het wachten op de drie klikken die ik moest horen om te weten dat de potten vacuum zijn getrokken.
Inmiddels staan de bietjes in de voorraadkast bij de flessen druivensap, de ingemaakte peertjes en nog wat jam en kersen op rode wijn van vorig jaar. Mijn nichtje is dol op deze relish. Ik ga haar met kerst maar eens blij maken. 

maandag 26 november 2012

Huiskamertoneel

Kort nadat ik in mijn nieuwe huis was komen wonen, vond ik een uitnodiging van J. in mijn brievenbus. Ze woont hier in de buurt, is drama docent en wilde graag met een paar mensen uit de buurt en toneelstuk maken en dat voor andere mensen uit de buurt opvoeren. Het voorstel sprak me erg aan. Ik heb haar gemaild en kon meedoen. Er waren nog twee andere vrouwen die belangstelling hadden: een mooi clubje.

In 11 sessies ontstond een treinreis langs ontmoetingen. J. kwam al vroeg met een Russisch liedje over een blauwe trein, maar dan in het Nederlands. Dat werd het begin. Daarna kreeg ieder een personage. Dat was een leuk onderdeel. In een interview vertel je wie je bent en gaandeweg ontstaat er iemand. Natuurlijk is het personage in de volgende weken erg veranderd, maar het was een leuk begin.



Uiteindelijk hadden we een teruggetrokken vrouw die precies wist hoe het hoorde, haar zus die voor de vorm een ontmoeting met haar had, een operazangeres die een boek wil schrijven en een picknick heeft met een dierbare collega van vroeger die haar stem kwijt is en een dichter die de lof zingt van de teruggetrokken vrouw. En dat liep langzaam in elkaar over.

Het was een afwisselende voorstelling met een computerfragment, liedjes, korte scènes en gedichten. De toeschouwers zaten in rijen, alsof ze in de trein zaten en als wij niet speelden zaten we er zelf ook tussen, maar ging het spel door. 'Zou u even mijn tas kunnen pakken uit het rek?' en 'Mag ik uw kaartje even zien?' en 'De trein vertrekt toch wel op tijd?'

Mijn vroegere buurvrouw V. was gekomen. Al snel bleek zij de broer van de buurvrouw van één van de andere toneeldames te kennen. Samen ooit muziek gemaakt. De wereld is klein genoeg, zo nu en dan. Het was een reuze leuke avond. J. had het prachtig verzorgd met mooie wijnen en lekkere hapjes. Nooit geweten dat na een avond toneelspel een stukje turks brood met tzatziki zo lekker kan zijn. En dat samen een toneelstuk maken zo leuk kan zijn.

vrijdag 23 november 2012

Restjes

Een andere vraag die Milieucentraal deze week stelde, ging over voedsel. Het is een heel belangrijke vraag. We schijnen, alleen in Nederland al, voor een paar miljard aan voedsel weg te gooien. Bij mij verdwijnt er  soms ook het een en ander in de vuilnisbak. Er was bijvoorbeeld een heerlijk stoofpeertje achter in de koelkast terecht gekomen. Helaas was het gaan gisten. Soms ligt kaas te lang en wordt het zo hard dat ik er niks meer mee kan.

Wat het eerst bij mij opkomt is: wat je niet in huis haalt, hoef je ook niet weg te gooien. Ik koop toch wel regelmatig teveel groente. Het ziet er in de winkel altijd zo verlokkelijk uit maar het komt er op neer dat ik toch extra koolbladeren die vergeeld zijn, de buitenste bladeren van de witlof, verschrompelde teentjes knoflook of uien moet weggooien. De meeste dingen gaan dan op mijn composthoop, maar toch. Als je afpast aan je behoeften wat je koopt en kookt, is het niet nodig om dingen weg te gooien. Ik zelf koop een combinatie van groenten die snel bederven en bewaargroenten. De 'snelle groenten' gaan eerst op en later in de week eet ik de bewaargroenten.

Maar goed, als je dan toch restjes hebt, wat doe je dan? Een eeuw geleden was het aanbod van voedsel en goederen een stuk kleiner. Dat kon je terug zien in het gedrag van mensen. Iedereen, of in ieder geval bijna iedereen, was zuinig. Met kleding, met huisraad (de pannenlapper was er nog) en ook met voedsel. In de hogere kringen hielden veel vrouwen boekjes bij waarin ze aantekenden wat er gegeten zou je worden. Je ziet ze nog wel terug in archieven. Restjes werden altijd hergebruikt. Als op maandag bijvoorbeeld ossenstaart werd gegeten als hoofdgerecht, was er op dinsdag ossenstaartsoep vooraf. Nu eet ik niet iedere dag drie gangen, maar de houding van hergebruik is wel goed. Ik maak soms een salade met wat pasta die over is van de vorige dag en neem die mee naar mijn werk.

Verder was het heel gebruikelijk om schoteltjes en kroketjes te maken van restjes. En dat zouden we nog steeds kunnen doen. Bij de Olympische winterspelen waren in het Holland House bitterballen van hutspot te koop. Die kun je natuurlijk zelf maken. Je kunt aardappelkroketjes maken, maar ook risotto leent zich er goed voor. En hoeveel restjes worden niet heerlijk als je er kaas overheen strooit en het even in de over zet? Dus: restjes in de koelkast bewaren en later verwerken in een schotel of kroket, net als vroeger.

woensdag 21 november 2012

Verpakking

Milieucentraal is bezig met een actie over verpakkingsmateriaal. De vraag die ze stellen is hoe je voorkomt dat je er veel van moet weggooien. Ik doe een paar voor de hand liggende dingen:
  • Zelf een tassen meenemen als ik boodschappen ga doen
  • De papieren zakken voor de groente (bij de ecosupermarkt) hergebruiken (gewoon de volgende keer weer meenemen naar de winkel en de nieuwe prijssticker over de oude.)
  • Zoveel mogelijk de groente los kopen, verpakking is vaak helemaal niet nodig.
  • Bij de kaaswinkel lever ik mijn papier weer in en laat ik er nieuwe kaas in verpakken. Dat doe ik 1 keer, daarna heb ik het idee dat het niet hygienisch meer is.
  • Hergebruik van verpakkingsmateriaal dat ik soms toch krijg. De zak waarin ik brood koop, kan ik gebruiken om mijn boterhammen mee te nemen naar mijn werk. Als ik een keer toch een plastic zakje meeneem (die van heel dun plastic waar je in de supermarkt de groenten in moet doen), dan gebruik ik dat thuis als afvalzak.
  • Weinig wegwerpspullen gebruiken, bijvoorbeeld geen papieren zakdoekjes (stoffen zakdoeken), geen keukenrol (gewoon een keukendoekje gebruiken). Dat is niet alleen het verpakkingsmateriaal maar ook het vele weggooien van dingen die je maar heel kort gebruikt. 
Ik las nog de tip van het kopen van grote verpakkingen. Dat kan alleen met voedsel dat je lang kunt bewaren of schoonmaakmiddelen (als je ze niet zelf maakt) en wc-papier. Tenzij je een gezin hebt met grootverbruikers.

Ookal doe ik dit, er zit nog steeds veel plastic in mijn afvalbak. Plastic is toch het meest ideale verpakkingsmateriaal, licht, hygienisch en in allerlei vormen te leveren. Aan het begin van het proces dus prima, aan het einde ervan juist een groot probleem. Er drijft intussen een werelddeel aan plastic op zee. het gif dat daar uit komt, komt in onze voedselketen. Daarom vind ik vis eten is niet meer zo'n goed idee.

Het zou ideaal zijn als je van alles los kon kopen. Dat betekent toch al gauw dat je bij de kleinere winkels langs gaat. En dat zou me dan een groot deel van mijn vrije zaterdag kosten, die ik vaak besteed aan andere dingen. Het is een dilemma. In een aantal gemeenten wordt het plastic nu apart ingezameld. Zou dat uitmaken of is het windowdressing? Ik ga het toch eens navragen. In mijn gemeente zamelen ze niet apart in. Ik kan altijd even vragen waarom dat zo is.

No impact man beschrijft in zijn boek het afvalprobleem heel mooi. Zodra hij de vuilniszak heeft weggebracht, is hij er van af. Maar vanaf dat moment is het een probleem van de maatschappij, dus van iedereen geworden. Dat is toch iets om rekening mee te houden; het maakt het beperken van je afval een vorm van wellevendheid.

Foto: forum.ellegirl.nl

dinsdag 20 november 2012

De droom van autarkie

Als de behoefte aan zelfvoorziening genetisch bepaald is, bezit ik het gen. Mijn ouders hadden, naast hun liefde voor de groentetuin, allebei hun dromen over zelfvoorzienend leven. Ik zie dat achteraf. Op het moment dat het gebeurde, lette ik er niet zo op.

Ik denk dat het een mengvorm was tussen verlangen naar of de noodzaak van zuinigheid en een soort autarkie. Mijn moeder maakte veel kleding zelf. Later had ze ook een breimachine. Mijn twee zussen hebben allebei dit gen, mijn nichtje ook.  Zij maken prachtige kleding. Ik heb er het geduld niet voor.Mijn moeder weckte groente en op dinsdag probeerde ze nieuwe recepten. Mijn vader was een aardappels-groente-vlees-man, en op dinsdag gaf hij een cursus in Utrecht. Wij vonden dat experimenteren leuk en hij had er zo geen last van. Het inmaken van groente en fruit is in mijn genen terecht gekomen. Nieuwe recepten probeer ik ook graag uit. Daarin ben ik niet de enige, we zijn allemaal dol op eten.

Mijn vader was een campeerder. Hij vond het heerlijk om onder de bomen bij het water te zitten. Hij viste ook graag, maar we aten de vis niet op. Althans dat herinner ik mij niet. Achteraf moet ik altijd glimlachen om het keteltje water dat hij op de bbq zette nadat we het vlees op hadden. Hij kookte het water voor de afwas. Hij wilde alle warmte van de kolen benutten. Hij genoot er echt van als hij het water kokend kreeg. Ik heb nog nooit water gekookt op een bbq, en volgens mij doen mijn broers en zussen dit ook niet. De les: alles benutten, is wel blijven hangen denk ik. 

Autarkie is natuurlijk een droom. Voor ons is dat niet meer haalbaar omdat er zoveel dingen in huis afhankelijk zijn van stroom of gas of digitale verbindingen. Maar met kleine dingen kan ik toch een beetje het autarkisch gevoel oproepen, dat gevoel van leven in een cottage. Op diverse blogs over consuminderen vind je allerlei dingen die je zelf kunt maken. Een paar heb ik geprobeerd.

Op de blog eenvoudigleven vond ik een recept voor wasmiddel van Savon de Marseille. Het is heel eenvoudig te maken, werkt uitstekend en het kost bijna niks. Je maakt 5 liter in één keer. Dat is nogal wat in mijn geval, met die paar wassen die ik doe. Ik las ergens anders (heb het webadres niet onthouden) dat je wat soda moet toevoegen. Dat is goed voor het schoon houden van de leidingen. Het leek me een goed idee, dus in mijn 'wasmiddel a la eenvoudigleven' zit een beetje soda. Het heeft even geduurd voordat ik een oplossing had voor de grote hoeveelheid wasmiddel: een container van autoruitenvloeistof. Dat koop je per 5 liter. Nu staat er dus een container vol wasmiddel in mijn kelderkast. Bij de wasmachine heb ik een kleine fles. 

Savon de Marseille is een zeer natuurlijke zeep. Het wasmiddel dat je ervan maakt bevat geen chemische rommel. Een blok zeep kostte me 4,95. Als ik het goed berekend heb, kan ik daar 25 liter wasmiddel van maken. Het kan dus, naast een vriendelijke, ook een goedkope manier van wassen zijn. Als je dat wilt...... Ik vind het leuk om mijn wasmiddel een bijzondere geur te geven: dus gebruik ik etherisch olie in de kleine fles. Op dit moment is de geur een combinatie van wilde rozen en thijm. Het is echt heerlijk om dan de schone, geurige was uit te hangen. 

Ruitenvloeistof kocht ik vroeger wel. Anders had ik de container niet gehad. Sinds een paar jaar maak ik het zelf van allesreiniger, spiritus en water. Gisteravond heb ik een nieuwe fles gemaakt. De ruiten van de auto hebben wel het een en ander nodig bij dit weer.  Ook dit 'recept' is heel eenvoudig: drie deciliter spiritus mengen met 1 deciliter allerreiniger en 6 deciliter water. De ramen worden er brandschoon van. In de zomer doe ik naar verhouding meer water in het mengsel, omdat er dan geen bevriezingsrisico is. Hoe minder chemische rommel ik gebruik, hoe beter.


De foto is afkomstig van de site polyvora.com

maandag 19 november 2012

Variatie op een thema

Afgelopen weekend maakte ik met een goede vriend koekjes van knolselderij. Er was een dipsaus bij van yoghurt en peterselie. De koekjes waren eerder op dan de saus. Toch jammer om weg te doen. Daarom maakte ik een variatie op tzatziki: Hollandse wintertzatziki.

Ik raspte een halve knolselderij als vervanging van de komkommer en een stukje van de mierikswortel, die ik bij Bioromeo had gekocht, in plaats van de knoflook. Dat roerde ik door de yoghurt en vulde het aan met nog wat hangop. De peterselie die er al doorheen zat is een mooi alternatief voor de munt of de dille die normaal door tzatziki gaat.

Ik heb het mengsel wat dikker gelaten dan gewoonlijk bij tzatziki  omdat ik het op brood wil kunnen smeren: gezond broodbeleg voor weinig geld en gemaakt van ingrediënten van het seizoen en uit de buurt. Zo kan ik het goede verantwoordelijke leven combineren met het goede smakelijke leven en dat is een plezierige gedachte.

zondag 18 november 2012

Groenten uit de 'buurt'

Via twitter kwam ik het bedrijf Bioromeo tegen: een samenwerking van biologische boeren uit de Noordoostpolder. De lijst met groenten in de webwinkel is indrukwekkend. Als je groenten eet van het seizoen en je haalt die ook uit de buurt, is dat het minst belastend voor het milieu. Daar streef ik dus naar. Nu woon ik niet in de Noordoostpolder. Normaal zou ik er dus niet kopen. Maar er was dit keer een uitzondering.

Dit weekend zou ik naar Almere gaan. Mijn zus woont daar met haar gezin. Mijn nichtje was jarig en zaterdag was haar feestje. Ik zou dus zaterdag door de Noordoostpolder komen. Dat was een mooie gelegenheid om biologische groenten te kopen bij deze winkel. Na een korte mailwisseling met Krispijn, die de bestellingen regelt, stuurde ik een lijst met mijn wensen en ging ik op pad.

Rijden door de Noordoostpolder is als rijden door de geschiedenis. Het is zo bijzonder om te zien dat alle boerderijen op dezelfde manier zijn gebouwd. Het voorhuis is overal een typisch jaren vijftig huis. De schuur heeft een voorgevel van beton, die er op afstand uit ziet als een vakwerkhuis, maar dan wel heel modern. Natuurlijk hebben bewoners in de afgelopen decennia aan de huizen verbouwd. Het is opvallend hoeveel schuren met latjes zijn betimmerd, zodat de originele vormen niet meer te zien zijn. Ik vind dat jammer. Het is een prachtig ontwerp.

Terwijl ik genietend door de polder rijd, doemt er een beeld voor me op dat ik nog nooit eerder gezien heb. Wel op oude films, maar niet in werkelijkheid. Mannen lopen naast elkaar in een rij door het land en kijken naar de grond. Ik weet niet wat ze doen, wat ze controleren, maar er gaat een enorme rust uit van het beeld.

Bij Bioromeo hebben ze de schuur gelaten zoals die was. Er staat nog een schuur naast, maar er is niets aan de buitenkant gedaan. Ik laad mijn autootje vol met pompoenen, mierikswortel, knoflook, pastinaken, regenboogwortelen, wilde en gewone bieten, een romanesco, sjalotten, witlof en wortelpeterselie. Ik verras mijn zus met de regenboogwortelen en een paar wilde bieten. Het is altijd leuk om nieuwe groenten te proeven. Mijn zus, haar man en zoon houden daar ook van. De twee dochters zijn wat kieskeuriger, maar daar groeien ze misschien nog overheen.

Inmiddels ben ik weer thuis. Een deel van de pastinaken is tot soep gekookt op de manier van mijn snelle soep en de rest van de groenten ligt in het donker in het schuurtje. De komende tijd kan ik vooruit met heerlijke, biologische, Nederlandse groenten.

De foto komt van de website Cultuurwijs.nl

vrijdag 16 november 2012

Psalm

Stilte is een element van milde vriendelijkheid. Wachten, niets zeggen en rustig opmerken wat er gebeurt. Dat maakt het makkelijker om kalm mijn reactie bepalen. Snelle oordelen en snelle opmerkingen, ze zijn beslist spontaan en impulsiviteit kan charmant zijn, maar milde vriendelijkheid vraagt een rustig oordeel en voorzichtigheid. 

Ik herinner me dat ik ooit een gesprek had met mijn moeder. Ik was een jaar of 14. Ze vertelde me dat ze een bepaalde psalm van David vaak als gebed gebruikte. Dat had ze nodig, want mijn moeder kon soms heel snel en heel scherp uit de hoek komen. Dat was niet altijd prettig, niet voor haar omgeving en niet voor haar. Eigenlijk was deze psalm een soort mantra voor mijn moeder. Zij koos, als christen, deze tekst, maar er zijn vele andere mogelijkheden, In iedere religie is wel zoiets te vinden.

Ik heb de psalm geleerd uit een proefbundel voor de nieuwe psalmberijming van de gereformeerden (vrijg.):

Zet o Heer een wacht voor mijn lippen, 
Behoed de deuren van mijn mond
Opdat in onbewaakte stond
Geen ijdel woord mijn kan ontglippen. 

Het is een mooie beeldspraak: wachters voor de deur.

woensdag 14 november 2012

Bokbier

Bokbier heeft voor mij een bijzondere betekenis. In oktober 1996 deed ik staatsexamen Wekenlang had ik hard gestudeerd op chronologie, paleografie en de geschiedenis van Nederland. Het was een stevig, mondeling examen en gelukkig kwam ik er goed door. Met mijn diploma, inclusief de aantekening dat ik met genoegen was geslaagd, stapte ik in de trein.

Toen ik aan het einde van de rit uit de trein stapte, stond mijn man me op te wachten op het station. We gingen samen een hapje eten bij een eetcafé in de buurt en hij gaf me een mooi pennenset. In het eetcafé was niet direct een tafeltje vrij, dus gingen we aan de bar zitten wachten. We wilden allebei wel een drankje en ik nam een bokbier. Dat was een goede keuze. Ik kan me niet herinneren dat een biertje me ooit zo goed gesmaakt heeft als toen.

Sinds die bijzondere keer, zorg ik ieder jaar in oktober dat ik een mooi glas bokbier drink. En ieder jaar is het weer hetzelfde genoegen in combinatie met dezelfde mooie herinnering. Dit jaar had ik dus Christoffel en rookbok. De Christoffel vond ik het lekkerst. Het bier heeft iets zoetigs, maar niet teveel. Voor het rookbier was ik gewaarschuwd, door mijn broer en door een vriend. Zij vinden dat niet lekker. Ik ook niet zo heel erg, merkte ik.

Het laatste biertje dat ik heb geproefd is de Olle Grieze. Het is gebrouwen in Veenhuizen, bij brouwerij Maallust. Het is een brouwerij met een bijzondere geschiedenis.De stijl van het etiket past precies in het dorp van de Maatschappij van Weldadigheid waar ieder huis een stichtelijke naam heeft, als 'volharding' of 'bitter en zoet'.
Ik vond het een mooi biertje. Voor mij is de charme ook dat voor het bier een oud recept opnieuw is gebruikt. Alsof je al bier drinkend een reis maakt door de tijd. Vermoedelijk is het recept gemoderniseerd en de ingrediënten zouden in die tijd best anders zijn geweest. Denk alleen maar aan het water dat gebruikt werd. Maar toch, het is erg leuk om oude recepten te proeven.

Dit soort kleine genoegens maken het leven goed.

dinsdag 13 november 2012

Metta meditatie (wens 10 en 11)

Mildheid is mijn ontdekking van de afgelopen jaren in de Sangha. Anne wees me op het boek van Sharon Salzberg Liefdevolle vriendelijkheid.  Het is een boek over de mettameditatie; de oefening in mildheid en liefdevolle vriendelijkheid.

Het valt me op hoeveel makkelijker en fijner het leven meestal is door een milde houding. Maar ook hoe tegendraads het tegelijk is. Kritische mensen lijken intelligenter, wereldwijzer en sterker. En oordelen zit zo in de westerse cultuur. Tel je nog mee als je geen uitgesproken mening hebt? 

Mildheid is ook geweldig moeilijk. Als ik zo'n stuk schrijf over de oceaanroof ben ik een en al verontwaardiging. Ik merk elke dag weer hoe snel ik mijn oordeel klaar heb. Ik zie iemand lopen en heb al een mening, over kleding, houding, uitstraling, noem maar op. Ik benader sommige mensen met wantrouwen, plaats anderen in hokjes als carrieremaker, volgeling, pramaticus, luiaard, noem maar op. Er is vaak maar een seconde voor nodig om een oordeel te vellen.
Een tijdje geleden sprak ik met een van de leden van de Sangha. Zij kon voor haar werk een coachingtraject krijgen. Daarvoor moest ze doelen formuleren. Ze koos voor de metta-meditatie. Ze zou graag milder en liefdevoller willen zijn voor mensen die ze niet kan waarderen. Dat is een prachtig doel, maar ook een westerse benadering van de Metta. Metta is een meditatie die opbouwt. Je begint bij mildheid voor jezelf. Daarna voor de mensen die je dierbaar zijn, dan mensen die je onverschillig laten en als je je dat hebt eigen gemaakt, is de basis gelegd voor de mildheid voor mensen die je niet mag. Het is in veel gevallen goed om te beginnen met het einddoel voor ogen, zoals Covey ons heeft geleerd, maar dat is nog iets anders dan beginnen met het einddoel. Het siert haar dat ze verlangt naar mildheid voor iedereen. De weg daar naartoe is lang en mildheid is een oefening voor een heel leven. Voor mij in ieder geval wel.

Ik neem 2013, mijn jubeljaar, om met de oefening te beginnen. Dat is dus wens nummer 10. In relatie daarmee heb ik wens nummer 11 wil ik graag dagelijks de mindfulnessmovements doen.

maandag 12 november 2012

Oceaanroof II

Ik schreef vorige week een stukje over oceaanroof. Dit weekeinde stond in Trouw een artikel over de subsidies die er aan de visserij worden gegeven. Ook al eet ik geen vis (of vlees), via de subsidies betaal ik met mijn belastinggeld duidelijk wel mee aan de oceaanroof (en bio-industrie). Dat is natuurlijk niets nieuws, maar vervelend is het wel, als ik er bij stil sta. Ik had het nooit zo tot me door laten dringen.

Wonderlijk eigenlijk, dat het geaccepteerd wordt als de belastingbetaler niet voor cultuur wil betalen omdat dat linkse hobby's zouden zijn. Maar mensen met een andere linkse hobby, wat vegetarisme vermoedelijk is, moeten wel zonder morren meebetalen aan het martelen van dieren in megastallen, zodat anderen er zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk van kunnen opeten. Of aan het leegvissen van zeeën die bedoeld zijn voor het onderhoud van ontwikkelingslanden. Dat is hard. Ik wil graag mild in het leven staan. Op dit soort momenten kost me dat moeite...

De VN rapporteur voor het recht op voedsel pleit ervoor dat de visserijsubsidies worden afgeschaft. Zou dat lukken? Vermoedelijk niet, want het is op korte termijn slecht voor de economie. Mensen die dicht bij ons staan worden werkloos. We moeten misschien voor vis gaan betalen wat het echt kost. En de mensen en de gebieden die er onder lijden zijn ver weg. Dan is de keuze makkelijk gemaakt, vrees ik. En begrijpen doe ik het ook. Maar goed vind ik het niet.

zondag 11 november 2012

Ommelandermarkt

Gistermiddag liep ik met mijn broer en schoonzus via het centrum van de stad naar het station. Ze waren   langs gekomen om mijn nieuwe huis te zien. We hadden een gezellige avond. Ze kwamen rond etenstijd. Ik had een Thaise groenteschotel gemaakt. Rode ui met knoflook gebakken, gember, citroengras, rode curry en kokosmelk er door. Bloemkool in kleine roosjes even gekookt en dan erbij, samen met stukjes prei, plakjes champignons, cashewnoten en vegetarische nasiblokjes. Ik gaf er naanbrood bij. Als toetje had ik mangomousse: hetzelfde recept als de perenmousse van het vriendinnenetentje, maar dan met mango. We dronken een mooie gewurztraminer.

We hadden een heerlijk praatavondje met thee en gesuikerde gember bij mijn gaskacheltje. Ik vertelde over mijn plannen voor mijn jubeljaar. We bespraken onze gevoelens bij de politieke ontwikkelingen en onze gedachten over rijkdom en armoede. Over de betekenis van eerlijk delen. 's Morgens ging het gesprek verder waar we het gelaten hadden toen we gingen slapen.

Op een bepaald moment ging de bel: politie voor de deur. Dat is altijd even schrikken. De ene agent stelde me meteen gerust. Er was niets ernstigs. De vraag was of ik kon zeggen waar ik mijn auto geparkeerd had. Vrijdagavond had ik me bijzonder gelukkig gevoeld omdat er in de straat nog een parkeerplek vrij was. Dat bleek een invalidenparkeerplaats te zijn. De gebruikers hadden de politie gebeld. Toch reuze aardig dat ze het even kwamen zeggen. Anders had het me € 340,00 gekost. Compliment voor de politie.

We besloten van mijn huis, via het centrum, naar het station te lopen. Het is een wandeling van een half uur. Het was lekker weer en in deze tijd van het jaar is het belangrijk om buiten te zijn als het licht is. De wandeling ging langs de Ommelander markt, een boerenmarkt met producten uit de omgeving. We gingen 'even' naar binnen.

Ik raakte gezellig aan de praat met een imker. Hij zorgde zelf voor 8 bijenvolken, maar zijn broer was een professioneel imker met ongeveer 150 volken. Daar krijg je heel veel honing van. De topproductie van één volk kan oplopen tot 10 kilo honing per dag! Dat is nog eens een verklaring voor de uidrukking nijvere bij. Iedere honing heeft zijn eigen smaak. Lindehoning, bijvoorbeeld, heeft een nasmaak van munt en kastanje honing smaakt wat naar caramel.

Mijn volgende stop was een taartenbakster. Zij had een heerlijke hartige taart staan van spinazie, ricotta en zonnebloempitten. Alle taarten zagen er pachtig uit. Ik houd alleen niet zo van zoete taart. Er stond ook een varkenshouder. Hij zorgde voor grasvarkens. De varkens leven in groepen  (het zijn echt groepsdieren, vertelde de man me, ze worden zelfs in grote groepen geboren) en zijn dag en nacht, zomer en winter buiten. Ze krijgen geen antibiotica en eten gras en kruiden. Ik wilde net een gesprek met hem beginnen toen mijn broer mij kwam halen. Hij wilde toch graag nog wat lopen.
De route ging langs de grootste bierwinkel in de stad. Ze hebben ook wijn en sterkere drank, maar ik kom er altijd voor bier. Hoewel het wat laat is in het jaar, was er nog wel wat bokbier te krijgen. Broer en vriendin kochten diverse soorten en ik koos drie bieren om te proberen: winterse Christoffelbok, Rookbok van Mommerie en het bier dat de winnaar is van het laatste bierfestival: d'Olle Grieze.

Nadat ik broer en vriendin had afgezet bij het station, liep ik terug naar de markt. Daar kocht ik 2 grote pastinaken, een bijzonder soort biet, een grote struik boerenkool, een halve kilo krieltjes en een pompoen voor iets meer dan vijf euro. De struik boerenkool staat nu op mijn terras in een schaal met water. Zo kan ik hem nog weken goed houden en er zo nu en dan bladeren van eten. Ik heb een heerlijk recept van boerenkool met rode peper bij couscous. Dat ga ik deze week eens maken.

Iedere tweede zaterdag van de maand is er deze markt. Ik ga daar in mijn agenda toch maar eens rekening mee houden. Zoveel eerlijke producten uit de regio bij elkaar! Het maakt me blij, omdat het verantwoord leven voor mij een stuk makkelijker wordt met zo'n markt in de buurt.

zaterdag 10 november 2012

Snelle recepten voor een drukke week

Soms zijn er weken dat ik elke avond weg ben. Ik kom meestal om half 7 thuis van mijn werk en als ik afspraken heb, moet ik na een uur meestal weer weg. Ik wil dan toch goed eten. In de afgelopen jaren heb ik een paar fijne, snelle recepten gevonden, die dan op het menu komen:

Snelle soep
Veel groente in een pan, water erbij tot de groente net onder staat. Neem één soort, dat scheelt tijd bij het snijden. Een bouillonblokje erbij. Koken tot de groente gaar is. Hoe kleiner de stukjes, hoe sneller het gaat. Dan de staafmixer er in zetten. Afmaken met room of kaas, afhankelijk van de groente. Een favoriet van mij is bloemkool met sojaroom en gorgonzola.
Je kunt brood bij de soep nemen of witte bonen meekoken en pureren om een wat voedzamere soep te krijgen.

Snelle salade
Mijn favoriete snelle salade is van witlof, aardappels, augurken, geraspte kaas, gekookt ei en (in de tijd dat het in de tuin staat) heel veel verse bieslook. Als ik deze salade maak, kook in de dag van tevoren de aardappel (in de schil want dat is veel lekkerder) en het ei. Dat kan terwijl ik aan het eten ben of in het weekend voorafgaand aan de drukke week. 
Ik maak een mengsel van yoghurt en mayonaise of sojaroom en mayonaise, peper, zout en bieslook (in de winter dus gedroogd). Daarna snijd ik alle ingrediënten fijn en meng die door de saus. Met de geraspte kaas er overheen heb ik een heerlijke salade.

Snelle roerbak
Deze mie is altijd snel klaar. Ik begin met het koken van water. Daar gaan doperwten uit de diepvries in. Ondertussen snij ik een uitje fijn. Dat bak ik in olie. Daarna haal ik de doperwten met een schuimspaan uit het kokende water en voeg die bij de uitjes. Dan voeg ik een handje cashewnoten toe. Ik zet het vuur onder het water uit en doe chinese mie in de pan. Als ik dat gedaan heb, heb ik nog 4 minuten want dat is de tijd waarin de mie gaar wordt. Ik voeg een boemboe en taugé toe aan de roerbakgroente. Even omroeren om alle smaken goed te mengen. De afgegoten mie gaat bij de groente en dat roer ik nog even door. Als ik het in huis heb, neem ik er wat zoetzuur bij. 

Snelle wrap
Dit is echt een haast-gerecht. Ik leg een wrap in een koekenpan zonder olie en smeer daar tacosaus op. Ik heb het liefst de hete variant. Dan voeg ik wat kidneybonen uit een blikje en geraspte kaas toe. Ik laat de wrap op een laag vuur staan, tot de kaas is gesmolten. Terwijl de kaas smelt en de wrap heet wordt, snijd ik wat blaadjes sla. Er gaat wat sla op de saus, bonen en kaas en dan sla ik de wrap dubbel. Twee van deze wraps zijn voor mij een volledige maaltijd. 

Snelle erwten
Ik ben dol op kikkererwten. Deze schotel is zó gemaakt. Als ik meer tijd heb gaan er nog heel veel andere groenten door dit gerecht en maak ik het klaar in de tahine. Als ik haast heb, wordt het een wat kalere variant, maar nog steeds heel lekker. Ik zet couscous in een laagje water zodat het kan wellen. Intussen bak ik een gesnipperd uitje en wat knoflook. Daar gaan na een tijdje de tomatenstukjes uit blik en de gare bonen bij. Meestal heb ik wat bakjes met gekookte bonen in het vriesvak, nu niet omdat het vol staat met de appelcompote. Ik kruid het met Ras el hanout, een heerlijk geurig kruidenmengsel dat ook wel bekend staat als couscouskruiden en laat het een tijdje pruttelen. Als de couscous geweld is, gaat dit bonenmengsel erbij. 

In de snelle recepten maak ik gebruik van spullen uit blik, als dat nodig is. Wat vooral helpt bij haast zijn drie dingen:
Neem niet teveel verschillende ingrediënten die je moet snijden. Dat kost vaak veel tijd. Alleen bloemkool of alleen een uitjes snijden is dan genoeg.
Snijd de groente fijn, dan wordt het sneller gaar.
Kies voor graanproducten die snel klaar zijn. Zilvervliesrijst of aardappels kosten meer tijd om klaar te maken dan chinese mie of couscous, die alleen maar hoeven te wellen.



donderdag 8 november 2012

D'ruitdaging: het resultaat

Oktober is al even voorbij. Ik liep wat achter met de d'ruitdaging, maar nu heb ik alle opdrachten gedaan. Dit is het resultaat.

- 5 handdoekjes
- 1 vestje dat ik al noemde.
- 10 inclusief de tubetjes waarover ik al schreef.
- 1 boek dat ik gratis had meegenomen, maar toch niet leuk vond.
- 5 laden van een boekenkast
- 1 oude wekker
- 2 potjes kruiden voor vlees. Voor een vegetariër niet echt nodig
- 6 pennen (toch nog!)die mijn huis in gekomen zijn
- 2 DVD's die ik niet meer kijk
- 5 plastic bakjes, die ik bewaarde voor het geval dat. Ik heb er nu nog steeds 10.
- 15 glazen potten. Ik heb 40 potten voor de inmaak. Zoveel maak ik niet in.... zoveel heb ik niet nodig.
- 4 bloempotten
- 2 toetsenborden (tja, hoe die dan de vorige ronde hebben overleefd is mij een raadsel)
- 2 broeken die ik ooit nog kleiner zou maken, maar dat komt er niet meer van.
- 1 doos tegeltjes die over zijn van het verbouwen van mijn badkamer
- 1 laken dat ik gebruikt heb bij het schilderen
- 1 droogtrommel weggegeven

54 dingen dus.

Het mooiste was de reactie mijn vriendin M. die verbaasd was dat ik nu in mijn nieuwe huis pas, terwijl mijn vorige huis veel groter was. Dat was dus het resultaat van de vorige keer. Opvallend is dat ik toch nog een behoorlijke hoeveelheid spullen heb. En dat ik soms een jaar nodig heb om te besluiten om dingen weg te doen. Volgend jaar maar weer meedoen...




dinsdag 6 november 2012

Winterrauwkost

Vroeger was het heel normaal. De meeste mensen aten groenten van het seizoen, de groenten die voor handen waren en bewaarden wat ze konden bewaren. In de zomer was het aanbod rijk en werden de voorraden opgebouwd. In de herfst kwamen daar fruit, noten en bessen bij. De bonen werden gedroogd, de aardappels opgeslagen, groenten en fruit werden geweckt. In november kwam het varken op de ladder en werden de worsten gemaakt. In de winter werd dan de voorraad langzaam opgegeten. Bewaargroenten kwamen regelmatig op tafel: kool, wortelen, aardappels en gedroogde bonen. Aan het einde van de winter werd het kariger. Ik las eens dat het niet voor niets is dat de vasten van de Katholieke kerk al eeuwen aan het einde van de winter valt. Er was dan toch weinig meer te eten.

Het eten van seizoensgroenten is de laatste jaren weer populair geworden. We kunnen in de winter frambozen, bramen, peultjes, tomaten en alle andere dingen die we zouden willen, eten. Maar dat eten moet wel aangevoerd worden uit alle hoeken van de wereld. De vervuiling die dat vervoer met zich meebrengt, voelt voor mij niet goed. Daarom ben ik al een tijdje bezig met het verzamelen van gerechten met groenten die ik de winter verkrijgbaar zijn. Bewaargroenten dus. Het is vooral een uitdaging om te zorgen dat ik nog rauwkost eet. Dit is het resultaat tot nu toe:

Een klassieker in de wintersalades is de Waldorfsalade. Knolselderij, appel en walnoten. Knolselderij en appel raspen, mayo, peper, zout en de walnoten erdoor. Supersimpel/ Op deze salade is makkelijk te variëren  Pastinaak kan goed ik plaats van de selderij. Peterseliewortel ook. Deze groente is een tijd weggeweest, maar absoluut de moeite waard om te proberen. De smaak is heerlijk kruidig. Door de salade met peterseliewortel doe ik graag kleine stukjes gekookt ei. Dat is heel voedzaam en smaakt prima. De appel kan vervangen worden door rozijnen. Je kunt ze ook als extra aan de saladetoevoegen. De mayonaise vervang ik nogal eens door cottagecheese. Het is milder van smaak en veel minder vet.

Wortel, voorals winterwortel, is ook een goede rauwkostgroente. Ik combineer wortelrasp met gember en zonnebloemolie, of met rozijnen (een veelgegeten Marokkaans gerecht), of ik meng het met knoflook en olijfolie. Die laatste neem ik dan uit voorzorg maar niet mee naar mijn werk.

Een rauwkost, waar ik een beetje mee smokkel is die met bieten, mierikswortel en cottagecheese. De bieten kook ik namelijk eerst voordat ik ze rasp. Maar daarna eet ik ze wel als salade. Rauw is het dus niet helemaal meer. Jonge bieten schijn je rauw te kunnen eten. Met bieten die al een tijd bewaard zijn, lijkt me dat niet zo aantrekkelijk.

Eten wat het seizoen te bieden heeft ook het voordeel die groenten vaak heel betaalbaar zijn.

Van kool schijn je ook mooie salades te kunnen maken. Ik heb dat zelf nog nooit gedaan. De smaak lijkt me zo stroef. Kool is wel een mooie bewaargroente. Ik heb er dus recepten van verzameld. Die komen later nog wel eens.....


maandag 5 november 2012

Oceaanroof

Het Boeddhistisch Dagblad publiceerde een paar dagen geleden een artikel over het risico van oceaanroof. De speciale gezant van de Verenigde Naties (VN) voor het Recht op Voedsel, de Belg Olivier De Schutter, waarschuwt dat de visgronden van ontwikkelingslanden beschermd moeten worden tegen overbevissing.
Doordat de visstand in de oceaan afneemt, zoeken de grote schepen van de internationale bedrijven steeds vaker de wateren op die niet voor hen bestemd zijn.

Er moet rekening gehouden worden met de rechten van kleine vissers. Zij vangen niet alleen meer vis per liter brandstof, maar werpen ook veel minder dode vissen terug in zee. Die praktijk van ‘bijvangst’ is erg problematisch op industriële vissersboten. “Industriële visserij in verre wateren mag een optie lijken die economisch zin heeft”, zegt hij, “maar dat is enkel zo omdat de vloten veel subsidies krijgen van hun thuisland terwijl de milieukosten die ze veroorzaken door overbevissing en vernieling van natuurlijke rijkdommen elders worden afgewenteld. De toekomstige generaties zullen de prijs betalen als de oceanen leeg zijn.”

Naar mijn idee speelt dit al langer en is het een van de veroorzakers van de piraterij. Ik heb dat verhaal steeds heel pijnlijk gevonden. Eerst komen westerlingen de vis, en dus het levensonderhoud, wegvangen. Vervolgens kiezen de voormalige vissers voor piraterij. Dan sturen westerlingen marineschepen om de veelvraat van het westen veilig te stellen.

In het artikel werd ook de bijvangst aangestipt. In visnetten zo groot dat je er vliegtuigen in kunt vervoeren, vangen de schepen ook veel dieren die niet voor consumptie geschikt zijn. Die gaan dood tijdens de vangst of worden gewond terug gegooid. Waarschijnlijk gaan ze dan ook dood. Veel van deze dieren zouden later voedsel kunnen zijn voor de nabij wonende bevolking. Nu zijn ze opgeofferd aan de industriële aanpak van het westen, die geen oog heeft voor detail of lange termijn. We willen zoveel mogelijk opeten voor zo weinig mogelijk geld.


Een belangrijk punt in het verhaal vind ik dat anderen de rekening betalen. Sinds ik dat tot me door heb laten dringen, ben ik veel voorzichtiger met wat ik koop. In het voorbeeld van de visserij zijn het de kleine vissers uit de ontwikkelingslanden die hun gezinnen niet meer kunnen voeden en de volgende generatie die met lege oceanen zit. Allebei zijn ze ver weg en als je de andere kant op kijkt, zie je ze niet. In de bioindustrie zijn het de dieren en is het ook de volgende generatie die met een enorm vervuild milieu moet zien te leven.

Het voorbeeld dat mij over de streep trok is dat van koffie. Als ik een kilo eco & fairtrade koffie koop, betaal ik ongeveer €16,00. Euroshopperkoffie kost  €3,50 per kilo en DE €10,00. Ik begrijp dat er kwaliteitsverschillen zijn, waar ik ook voor betaal (en dat doe ik graag, want ik drink graag goede koffie). Laten we zeggen dat in het uiterste geval het prijsverschil €5,00 is. Dat wordt dus per kilo door een ander betaald: een derde van de prijs. Ik denk dan aan koffieboeren die voor een hongerloon werken en de landbouwgronden die uitgeput  en vervuild raken en dus de volgende generatie niet meer kunnen voeden. Als ik me voorstel dat mijn kop koffie zo tot stand gekomen is, koop ik het pak koffie niet meer. 

Wereldproblemen kunnen heel persoonlijk zijn.

De eerste wensen voor 2013

In mijn blogje over het jubeljaar schreef ik over mijn voornemen om voor 2013 52 wensen te formuleren. Het is een leuke bezigheid. Mijn eerste verlangens hebben te maken met opruimen. Ik heb nog dingen liggen die ik al heel lang wil, waar ik al eens aan begonnen ben, maar ik heb het nooit afgemaakt. Daar zou ik in 2013 mee aan de slag willen. Hoe minder losse eindjes, hoe meer rust in mijn hoofd.

Het gaat om twee oude beloftes voor het schrijven van een tekst. De eerste is voor een historische vereniging in Siddeburen. Mijn vader heeft daar in de hongerwinter als negenjarig jongetje gezeten. Ik heb daar wat brieven van. Daar zou ik een stuk over schrijven voor het tijdschrift van de vereniging. Het ligt al een jaar of drie. Dat is jammer. Het tweede verhaal dat ik zou schrijven gaat over een bezoek van een Winschoter aan Kampen. Die belofte is van vorig jaar. Het wordt tijd dat ik die ook inlos.

Wens 1: Artikel schrijven voor de historische vereniging Bie 't Schild
Wens 2: Artikel voor het historisch jaarboek in Kampen

En nu het toch over schrijven gaat: ik zou het schrijven van dit blog vier seizoenen willen volhouden. Ik ben zelf erg benieuwd naar het beeld dat een jaar verhalen oproept.
Wens 3: Vier seizoenen lang dit blog schrijven

Het jaar komt in het teken te staan van rust en ontspanning, het is immers mijn jubeljaar. Daar heb ik een paar wensen voor intussen:
Wens 4: Ik heb het me gisteren voorgenomen: het vriendinnenetentje in november
Wens 5: Iedere dag de mindfull movements doen.
Wens 6: Op advies van C. een bezoek brengen aan de tuinen van Appeltern
Wens 7: Maandelijks een roman lezen (hier ben ik een paar maanden geleden mee begonnen, toen ik op vakantie was met mijn zus en haar gezin. Het is heerlijk)

Tenslotte zijn er dingen die ik al jaren wil doen. Steeds kom ik er niet aan toe. Dit jubeljaar lijkt me de uitgelezen aanleiding hiervoor:

Wens 8: Een bezoek brengen aan het Scheepvaartmuseum. Het is een prachtig pand, één van de oudsten van de stad. Het wordt tijd dat ik eens ga kijken. Een lieve vriendin woont er vlak bij: mooie gelegenheid om een kop koffie te drinken samen..
Wens 9: Meedoen met een retraiteweekend. Mijn lieve sanghaleden hebben dit allemaal al eens gedaan en vertellen me dat het heerlijk is. Ik heb in het verleden wel retraites gehouden in Maarssen bij priorij Emmaus, maar dat vulde ik altijd helemaal zelf in. Meditatieretraite is iets nieuws voor me. 

Het lijkt me een mooie start voor het nieuwe jaar: negen wensen benoemd, nog drieënveertig te gaan voor mijn complete grabbelton.

zondag 4 november 2012

Vriendinnenetentje

Ik schreef het gisteren al: vriendinnen zijn voor mij een voorwaarde voor een goed leven. Daarnaast heb ik nog twee andere voorwaarden voor mijn geluk: liefde van mijn familie en een tuin. Op dit moment is in mijn leven aan deze voorwaarden voldaan; ik ben een tevreden mens.Gisteren maakte ik dus voor een groep vriendinnen een etentje dat past bij Grüner Veltliner.

Een korte speurtocht op intenet leverde een paar gerechten op, en toen ik mijn boekje Welke wijn waarbij van Huibrecht Duiker erbij pakte, bleek dat Internet de informatie van hem had overgenomen. De gerechten zie hij noemt passen heel goed bij de herfst. Paddestoelensalade, pompoensoep, dat zijn toch echt gerechten die je aan de herfst doen denken. Dit is wat ik er van gemaakt heb:

Crostini met paddestoelen
De crostini maakte ik met plakjes stokbrood, die ik met wat knoflook insmeerde en in de broodrooster deed. Je hoort de crostini eigenlijk in de oven te maken, maar die is kapot op dit moment. De ontdekking dat het ook heel makkelijk in de broodrooster kan, is een voordeel bij een nadeel: het vraagt veel minder stroom en het resultaat is prima. Het milieu mag ook meegenieten. Ik bakte in snippertjes gehakte champignons met rode ui, een klein beetje thijm, geweekte bospaddestoelen een scheut wijn en wat sojaroom, zout en peper.

Pompoensoep met gruyere 
In een grote pan roerbakte ik eerst een gesnipperd uitje in olijfolie. Daarna gingen er stukjes pompoen bij ik had een pompoen ter grootte van een voetbal), die ik even mee bakte. Ik voegde een liter groentebouillon toe, wat chilipoeder en thijm. Toen de pompoen gaar was, zette ik de staafmixer in de soep. Roerde is er een flinke scheut sojaroom doorheen Ik serveerde het met extra kaas.
  .
Pasta met pesto van walnoten, peterselie en beaufort en een lichte veldsalade
Beaufort is een kaas die (volgens Huibrecht) speciaal goed past bij Grüner Veltliner. Het is een nootachtige kaas.Ik vind 'm heerlijk. Ik wilde een herfstpesto. Daarom nam ik een basis van peterselie in plaats van basilicum en zonnebloem- en pompoenpitten in plaats van de pijnboompitten. De beaufort was dus de vervanger van de parmezaan  Knoflook is knoflook, die kun je nergens door vervangen. De pesto ging door de hete net afgegoten tagliatelle en met wat extra kaas erop op tafel. Erbij had ik een veldsla met een dressing van hazelnootolie en -azijn.

Dit zijn de drie gerechten die goed bij Grüner Veltliner passen. Desserts vragen toch om iets anders. Ik heb tijdens mijn vakantie een reis gemaakt naar de Loirestreek in Frankrijk en daar bij een proeverij een mooie dessertwijn gekocht. Ik vind een dessertwijn al snel te zoet en de gewone wijnen in de Loire te veel naar citrus smaken. Een dessertwijn die citrus in zich heeft is niet zo snel te zoet. Dus: ik ging naar huis met twee flessen van deze wijn.

Het dessert dat ik koos was een perenmousse van de stoofperen die ik onlangs gemaakt heb. Ik was de smaak van de wijn wat vergeten, dus het was een gok. Maar ik wilde mijn vriendinnen laten meegenieten van mijn huisvlijt. Ik maakte de mousse op basis van een recept voor mangomousse. Het is onvoorstelbaar simpel. Ik klopte een kwart liter slagroom, deed daar een theelepel suiker en gepureerde stoofpeertjes door. Dat ging in de koeling. Ik nam drie van de peertjes die ik heel had gelaten en in wijn gekookt en sneed ze doormidden. Samen met de mousse en geroosterde amandelsnippers was het een lekker dessert, dat het goed deed naast de wijn.

Tot slot was er koffie en thee met koekjes van de bakker op de hoek en chocola die M. had meegenomen.

Goed eten is een begin van een mooie avond. De rest lag volledig in handen van de vriendinnen. En dan komt het goed. Ik heb een prachtig warme, vrolijke, oprechte, plagerige en liefdevolle avond gehad. Ik heb besloten om er een traditie van te maken. In november maak ik voortaan een diner voor deze vriendinnen. Een mooie voor op mijn 52 wensenlijst voor volgend jaar.

zaterdag 3 november 2012

Kringloopchique

Vandaag komen mijn vriendinnen eten. Een vriend heeft voor mij uit Oostenrijk een aantal flessen Grüner Veltliner meegenomen. We gaan alleen gerechten eten die bij die wijn passen. Vorig jaar had ik een dinertje met top ecowijnen en per wijn een passend gerecht. Het zijn vaak heerlijke avonden. Vriendinnen zijn voor mij een van de voorwaarden voor een goed leven. Het praten onderling is sinds de vroege culturen een belangrijk onderdeel van vrouwenlevens.

Ik besteed veel aandacht aan het dekken van de tafel. Schoonheid is ook een onderdeel van het goede leven. Ooit had ik een servies van Wedgwood  maar dat heb ik weggedaan via Marktplaats. Het was mooi, maar heel erg duur als er iets kapot viel. Het werd een beetje teveel van het goede. Mijn zus begon op een bepaald moment met het verzamelen van wat zij noemde haar Marie Antoinette servies: crèmekleurig aardewerk met bloemetjes en gouden randjes. Ze heeft er al eens een heel feestelijke high tea mee gegeven, heerlijk tuttig.

Een voorbeeld van betaalbaar servies
Geïnspireerd op haar speurtocht naar dat MAservies, ben ik begonnen met wit servies met zilver. Ik heb inmiddels kopjes, theepotten, soepborden, een heel nest dekschalen en schaaltjes, ontbijtbordjes en een paar dinerborden. Die laatste zijn het lastigst te krijgen. Kennelijk vielen die toch vaker kapot dan andere borden. Dekschalen kun je over het algemeen in grote hoeveelheden krijgen. Omdat ze niet vaak werden gebruikt, gingen ze natuurlijk ook minder snel kapot. Het is mooi en chique, maar ik hoef me geen zorgen meer te maken dat ik zelf iets kapot laat vallen. Voor een euro of misschien iets meer, is een bord of een schaal te vervangen.

De enige uitzondering op het wit met zilver zijn de expressokopjes, of eigenlijk mokkakopjes. Dat zijn heel fijne porseleinen kopjes met gouden sterretjes en een gouden randje. Het zijn de kopjes die mijn ouders voor hun verloving hebben gekregen in het begin van de jaren zestig. Als kind mochten we uit die kopjes op zondag leren koffiedrinken: drie druppels koffie, veel suiker en veel melk. De kopjes zijn een symbool van mijn jeugd. Ik zie me nog zitten, op mijn knieën aan de salontafel om maar niet te knoeien en mijn uiterste best doen om mijn gezicht in de plooi te houden. Ik was immers groot genoeg om koffie te kunnen drinken? De kopjes brengen altijd een glimlach om mijn mond.

Mijn tafel is vanavond dus wit met zilver. Van mijn andere zus kreeg ik voor mijn nieuwe huis een grote witte kaars. Die vormt nu het centrum van de tafel. De servetten die ik gebruik zijn witte zakdoeken met de letter van mijn voornaam erop geborduurd. Ik heb ze ooit gekregen voor mijn verjaardag. Het tafelkleed is crème met blauw. Dat is gemaakt van een lap die ik voor € 2,00 per meter op de markt heb gekocht. Zo is er toch nog een beetje kleur op tafel. Dat, aangevuld met de gedroogde hortensia's uit mijn tuin, maakt de tafel compleet. Een mooie, stijlvolle tafel is voor iedereen bereikbaar, vind ik, zonder dat het echt heel veel geld hoeft te kosten.



donderdag 1 november 2012

Allerzielen


Vandaag staat in het teken van het herdenken van geliefden. Ik heb nagedacht over de vraag wie ik me dit jaar bijzonder wil herinneren. Het was al snel duidelijk: oma O. Ze was niet mijn echte oma, maar een oudere dame uit de kerk. Ik kwam er graag en veel. En ik was niet de enige. Veel mensen kwamen regelmatig even aanlopen voor een kop koffie en vooral voor een gesprek. Oma kon heel goed luisteren en ze oordeelde nooit. Als ze al haar mening gaf, dan deed ze dat in algemene termen: 'Er zijn wel eens mensen die....

Ik heb veel bijzondere herinneringen aan de dagen die ik bij haar doorbracht. Ze zat altijd op haar vaste stoel, die zo in de kamer stond dat ze de mensen altijd kon zien aankomen. Opa zorgde dan meestal voor de koffie, voor mij de thee of wat limonade. Soms namen we drinkbouillon, die toen voor het eerst op de markt gekomen was.

Oma las de Libelle. Ik vond het heerlijk om daar doorheen te bladeren. Gewoon zitten, plaatjes kijken en weinig zeggen. Zij liep dan door het huis te redderen. Dat woord gebruik ik nooit, maar bij oma paste het volkomen. Zij en opa waren een rustpunt voor mij naast het drukke gezin waar ik uit kwam.

Vanavond brand mijn allerzielenkaarsje voor haar.

Stilte

November is een stille maand, vind ik. De schoonheid van de herfst loopt op z'n eind. Veel bladeren zijn al weg. De maand kent (althans in mijn leven) geen grote feesten of bijzondere momenten. Het is, in de woorden van een vriend van mij, een beetje een niksige maand. Ik heb dat wel lastig gevonden, en soms is dat nog zo. Maar in de afgelopen jaren ben ik stilte en rust gaan waarderen en de rol daarvan in het leven gaan zien. Eén van de momenten waarop mij dit erg duidelijk werd was 23 januari 2003.

Op die dag, laat op de avond, overleed mijn vader heel onverwacht tijdens een spannende schaakwedstrijd. Het was een ervaring die diepe indruk op me heeft gemaakt en me veel over het leven en de dood heeft geleerd. Over de moeite die mensen hebben met de dood, over de kracht die in familieleden opkomt, over verschillende soorten rouw, over de onverwachte warmte en zorg van mensen om je heen en vooral over het alledaagse van de dood.
Toen ik het bericht kreeg, midden in de nacht, leek het alsof er een glazen bol over mijn hoofd gezet werd. Zo'n bol die de astronauten op hun hoofd hadden. Ik voelde me verdoofd en geïsoleerd  Onderweg naar het ziekenhuis wilde het bericht nog niet tot me doordringen. Ik bleef maar denken dat het een vergissing moest zijn. In het ziekenhuis ging ik naar de hartbewaking en vroeg naar mijn vader. De blik die de verpleegkundigen met elkaar wisselden sprak boekdelen. Ze belden voor mij naar het mortuarium of ik daar nog terecht kon. Daar was mijn vader.

Voor mijn gevoel stapte ik op die dag in een carrousel waar ik pas na de begrafenis voorzichtig weer uit kwam. De wereld ging in een waas aan me voorbij terwijl ikzelf met de familie om dat middelpunt draaide: de kist met mijn vader er in. Terwijl ik een paar weken later tollend van alle indrukken mijn leven weer probeerde op te pakken, kwam ik een gedicht tegen van Vasalis.

Eb


Ik trek mij terug en wacht.

Dit is de tijd die niet verloren gaat:
Iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in de duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


Dit was voor mij de taal van dat moment. Het was niet nodig om direct weer aanwezig te zijn in het leven. Ik kon ook even rust houden, de stilte om me heen laten bestaan, om bij te komen. De ervaring die ik toen had, was dat het leven steeds opnieuw een uitnodiging stuurt om mee te doen. Ik kan die uitnodiging afslaan zo vaak ik dat wil, maar het leven weet me toch te verleiden om weer deel te nemen. En, als de tijd rijp is, is dat ook goed. Niemand is erbij gebaat als het leven van een ander stil komt te staan. Daarvoor hebben we elkaar veel te hard nodig.


uit: Maria Vasalis, Vergezichten en gezichten (Uitgeverij van Oorschot 1954)