Pagina's

woensdag 31 oktober 2012

Dhamma Brothers

Youtube bevat een heel aantal mooie interviews met Thich Nhat Hanh. Ik kijk er graag naar om steun te vinden in zijn levenswijsheid. Onlangs zag ik een uitzending van Oprah Winfrey waarin zij een interview met hem had. Oprah heeft nu het netwerk OWN. De uitzending die ik zag was een zondagprogramma; Super soul sunday. Naast haar inteview met Thich Nhat Hanh was er ook een uitzending over de Dhamma Brothers: een groep gevangenen in een van de meest beveiligde gevangenissen in de Verenigde Staten. Er zitten mensen die drie levenslang hebben gekregen en dus schuldig zijn bevonden aan vreselijke misdaden. Zware jongens, dus.

De psycholoog in de gevangenis heeft een project opgezet waarbij de gevangenen een 10-daagse Vipassanatraining kregen. 10 Dagen mediteren onder begeleiding en in afzondering van anderen in de gevangenis. De verandering bij deze mannen was enorm. Er is een tijd lang tegenwerking van buiten de gevangenis, maar uiteindelijk krijgt de meditatie voet aan de grond. En de uitwerking is onverwacht positief en duurzaam. Ik wil de uitzending graag delen, omdat het zo mooi is om zoveel eerlijkheid en de kracht van meditatie te zien.



dinsdag 30 oktober 2012

Dag van de stilte, pijn en geluk

Afgelopen zaterdag was het de Dag van de Stilte. Overal in het land waren activiteiten rond het thema stilte en de betekenis daarvan voor onderlinge verbondenheid. Dit is het tweede jaar dat de dag van de stilte is gehouden. Mijn zaterdag stond ook in het teken van stilte: de Noordelijke Dag van de Aandacht. Ook dat was voor het tweede jaar.

In het prachtige centrum in Lieveren troffen 80 leden van de Noordelijke sangha's elkaar. Het was voelbaar dat velen naar de dag hadden uitgekeken. De oude boerderij verraadt aan de buitenkant niet hoe rustgevend de binnenkant is met de prachtige lichtval in de zendo. Daar zongen we samen over mededogen en luisterden we naar broeder Phap Xa, die uit Duitsland was gekomen om zijn kennis en ervaring over het thema: contact maken met geluk en pijn, met ons te delen.
Het mooiste van dit soort bijeenkomsten zijn voor mij de leerzame verhalen uit de praktijk van Plumvillage en het leven van Thich Nhat Hanh in Vietnam. Ik voel met gesterkt in mijn zoektocht naar een goede houding tegenover het verdriet dat ik vaak heb over het lijden dat ik zie. Een mooi voorbeeld uit de praktijk: Tijdens de bombardementen in Vietnam kwam in het klooster van Thich Nhat Hanh de vraag op wat ze moesten doen, mediteren of de slachtoffers helpen. Na lang overleg besloten ze beide dingen te doen. Zelf in balans blijven om anderen te kunnen helpen. Een tweede verhaal: Een Vietnamveteraan vroeg Thich Nhat Hanh om hulp. In zijn tijd in Vietnam had hij kinderen gedood. Het schuldgevoel daarover bleef hem achtervolgen. Hij kreeg de goede raad om zich in te zetten voor kinderen in ontwikkelingslanden. Zij leefden nog maar hadden het moeilijk. De kinderen die hij gedood had, kon hij niet meer helpen, deze levende kinderen wel.
In het kort is de conclusie voor mij: zorg voor evenwicht en doe wat je kunt, waar je dat kunt.
De tuin rond het centrum biedt een uitgelezen kans om in volle aandacht te lopen. Het gras lag bezaaid met blaadjes van de berken, er waren paddenstoelen in veel soorten en aan de rand van de tuin het uitzicht over de Drentse akkers. De wind was stevig en fris op mijn wangen en op sommige plekken in de looproute koesterde de zon.
De dag eindigde met een groot geluk: er is nieuw leven. Eén van de leden van onze sangha vertelde dat hij vader wordt. Een gekoesterde droom gaat in vervulling. Wat een prachtige afsluiting van de dag!

maandag 29 oktober 2012

Gieser Wildemannen

De peren die ik onlangs kocht, waren dit weekeinde aan de beurt. Het grootste deel van de peren gaan gewoon in water. Ongeveer 800 gram met 2 eetlepels suiker in zoveel water dat het net onder staat. Ik kook het de peren een tijdje en laat ze daarna afkoelen. Daardoor worden ze in het water helemaal lekker gaar. Ik heb potten klaarstaan die ik schoon heb gemaakt met soda. Dan verhit ik de peren opnieuw tot het vocht kookt en doe ze in de potten. Het wachten op de klik kan beginnen. De peren kunnen door de yoghurt als afwisseling voor de appelcompote. Ze zullen ook heerlijk zijn bij rode kool voor de komende maanden. Ik gebruik kleine potjes, want ze zijn bedoeld voor 1-persoonsmaaltijden.
Zeven peren laat ik heel. Die kook ik in wijn met wat kruidnagel en een kaneelstokje. Als deze peren helemaal lekker doorstoofd zijn, gaan ze er 6 in potten. Per pot kan ik drie peertjes kwijt. Ze gaan in de kast om als toetje te serveren als er vrienden langs komen om te eten. Heerlijk met een saus van de ingekookte wijn, wat room en geroosterde amandelen.

Nummer 7 eindigt op mijn bord. Een heerlijke, zachte, zoete peer als een toetje na mijn hutspot. Het is de eer van mijn werk. Ik voel me reuze tevreden met deze aanvulling op mijn voorraad.

zondag 28 oktober 2012

Alle namen

Omgaan met het kwaad is een van de moeilijkste dingen. Thich Nhat Hanh heeft een gedicht geschreven over het goed en het kwaad dat in ieder van ons zit. Het is een mooie tekst  die vandaag deels uitgesproken werd op de Noordelijke Dag van de Aandacht. 

Zeg niet dat ik morgen ga
als zelfs vandaag nog komen moet.
Kijk naar me: elke seconde verschijn ik hier
om een knop aan een lentetak te zijn,
een vogel met nog tere vleugels 
die in mijn nieuwe nest leert zingen,
om een rups te zijn in het hart van een bloem,
een juweel omgeven door gesteente.


Altijd nog kom ik om te lachen en te huilen,
te vrezen en te hopen.
Het ritme van mijn hart is het komen en gaan van al wat leeft.

Ik ben de eendagsvlieg die van gedaante wisselt op het water van de rivier.
En ik ben de vogel die een duikvlucht maakt om de vlieg te verorberen.


Ik ben de kikker die vrolijk zwemt in het heldere water van een vijver.
En ik ben de ringslang die stilletjes zich voedt met de kikker.


Ik ben het kind in Oeganda, vel over been, mijn benen als dunne bamboe.
En ik ben de wapenkoopman, die dodelijk wapentuig aan Oeganda verkoopt.


Ik ben het meisje van twaalf, een bootvluchteling, die zich in zee stort 
na te zijn verkracht door een piraat.
En ik ben de piraat, met een hart dat niet zien kan, niet liefhebben kan.


Ik ben lid van het politbureau met macht in mijn handen.
En ik ben de man die zijn bloedschuld aan mijn volk moet betalen 
die langzaam sterft in een werkkamp.


Mijn vreugde is als de lente, zo warm dat de bloemen overal op aarde ontluiken.
Mijn pijn is als een rivier van tranen, zo onmetelijk dat zij alle oceanen vult.


Noem me daarom bij mijn ware namen, alsjeblieft, 
zodat ik al mijn huilen en lachen tezamen hoor,
zodat mijn vreugde en pijn één zijn.

Noem me bij mijn ware namen, alsjeblieft, 
zodat ik kan ontwaken en de deur van mijn hart open kan staan,
de deur van mededogen.

In het licht van mijn post over Malala zou ik kunnen schrijven: Ik ben het meisje dat in het ziekenhuis ligt, nadat ze in haar nek is geschoten door een Talibanstrijder, en ik ben de strijder die geleerd heeft geweld te gebruiken tegen andersdenkenden.....

zaterdag 27 oktober 2012

Maand van de geschiedenis

Het thema van de maand van de geschiedenis (naast woonmaand en opruimmaand is oktober ook maand van de geschiedednis) is arm en rijk. Overal in het land zijn er activiteiten geweest met dit thema. Dit weekend zijn er ook nog wel een paar.
Op de website van de Maand van de geschiedenis zijn alle evenementen te vinden. Twee weken geleden was ik zelf bij de Dag van de Groninger geschiedenis. Daar stond de soepketel die in de stad Groningen in gebruik was geweest in de gaarkeuken. In de Hermitage in Amsterdam heb ik er ook ooit één gezien. De man bij de deur is een soort ijkpunt om de zien hoe enorm de ketel is. Het schijnt een behoorlijke klus geweest te zijn om de ketel het gebouw in te krijgen

Het Huis voor de Groninger Cultuur had voor de gelegenheid een leuke placemat gemaakt, met het recept van armeluisoep. Je kon ook van de soep proeven. Dat heb ik niet gedaan omdat er vlees in zat. Het idee vind ik erg leuk. Een andere naam voor deze soep is Rumfordsoep, naar sir Benjamin Thomson, de graaf van Rumford (1753-1814). Rumford had, na uitgebreid onderzoek, een recept gevonden dat hij heel geschikt vond voor voedsel voor de armen. In de Napoleontische tijd werd het recept door een ministerie naar alle uithoeken van het rijk gestuurd. Daardoor aten de armen van Parijs tot in Groningen deze soep.

Het recept dat op de placemat staat is dit:
100 gram parelgort, 500 gram erwten, mergpijp en runderbeen, 500 gram aardappelen, 2 uien, 1 knolselderij, 1 bos peterselie, laurier, zout, peper, azijn.
Gewassen erwten een nacht laten weken. Ook de gort een paar uur laten weken. Volgende dag het weekwater aanvullen tot 2 liter. Het kookvocht in een ruime pan overgieten. Runderbeen, mergpijp en de helft van de peterselie toevoegen. De uien halveren en er een laurierblad in prikken. Daarna ook in de pan doen. Breng alles aan de kook, schep het schuim er af en laat alles 1,5 uur zachtjes koken. Daarna het runderbeen en de mergpijp uit de pan halen. Aardappels en selderij in kleine blokjes toevoegen, samen met de gort. dan de soep nog 20 minuten koken. De soep bestrooien met peterselie. Naar smaak azijn toevoegen. Bij de soep brood serveren. Witbier schijnt er goed bij te smaken.
Als je het recept wat bestudeert, lijkt het erg op een gewone erwtensoep. Ik ben wel verbaasd over de peterselie. Zouden ze vroeger zoveel peterselie hebben gehad? Zou het niet peterseliewortel zijn geweest. Dat lijkt me logischer, omdat dat een bewaargroente is, net als de andere groenten in de soep.

Dit is wat ik elders op internet vond over de soep. Het recept hierboven is een behoorlijk luxe variant. Maar goed, toch leuk zo'n verhaal. Rumford had voor die tijd een betaalbare voedzame maaltijd bedacht voor de armen en hild zich dus aan de opdracht van het bord boven de ketel ;

vrijdag 26 oktober 2012

Eten uit de natuur

Oktober is de tijd voor het snoeien van de klimrozen. In mijn tuin staan twee prachtige exemplaren: een heel helder witte roos (ik denk dat het een Iceberg is) naast een plant met prachtige stevige grote rode rozen. Het blijft spannend, dat snoeien. Ik doe mijn best om dapper veel weg te knippen, maar waarschijnlijk ben ik nog steeds te voorzichtig. We zullen het zien volgend jaar. Eén van de gevolgen van te voorzichtig snoeien is de eenzijdige bloei: alleen bovenin de roos. Bij Clematissen zie je het ook: alle bloemen boven in de plant. Daar heb ik dit jaar iets aan gedaan. Ik heb een tak laag afgeknipt. Ik las dat daar dan weer bloemen komen. Ik zal met mijn neus op de Clematis zitten volgend jaar.


De takken van de gesnoeide rozen moesten naar de container. Toen ik terug liep met de kruiwagen, zag ik jonge brandnetels. Ik plukte ze om ze op te eten. Ik had in de zomer al gezien dat het Judasoor een plek gevonden had op de Vlier achter mijn huis. Die haalde ik van de tak af. In mijn tuin waren er nog een paar bonen en takjes kervel. Het werd de basis voor mijn avondeten. Vermoedelijk de laatste keer eten uit de tuin.

Ik bakte een klein gesnipperd uitje in wat zonnebloemolie. Daar deed ik de stukjes Judasoor bij. De bonen gingen kort in kokend water. Dat is het verrukkelijke aan bonen uit de tuin, zo vers dat je ze nauwelijks hoeft te koken en zo zoet! Nadat ik de bonen uit het water gehaald had, kookte ik er wat pasta in. Door het ui-judasoormengsel deed ik een scheut sojaroom. Daarna gingen de bonen, de gewassen, gehakte brandnetel en kervel erbij en wat geraspte kaas. Toen de  pasta lekker beetgaar was, gingen de slierten bij de saus. Even mengen, nog wat zout en peper erover en wat extra geraspte kaas. Een heerlijke maaltijd uit tuin en natuur. Het was een feest om dat op te eten.


donderdag 25 oktober 2012

Herfstwandeling

Het was prachtig weer deze week. Na een dag binnen zitten besloot ik een wandeling te gaan maken. Ik moest nog een paar kaartjes op de bus doen. Het is een wandeling van 5 straten naar de brievenbus. Ik probeerde er een loopmeditatie van te maken. Thich Nhat Hanh gebruikt hiervoor de zin I have arrived, I am home. Bij de inademing zet je een paar stappen, terwijl je het I have arrived reciteert in jezelf. Bij de uitademing reciteer je, I am home. Als je het echt aandachtig doet, betekent dat dat je heel langzaam loopt. Dat vind ik zelf nog te lastig in het openbaar. Als ik met een paar leden van de Sangha een loopmeditatie doe, is het geen probleem. Vorig jaar deden we dat in de zomer in het plantsoen. Ik vond het erg mooi, zo tussen de fietsende, hardlopende en wandelende mensen. Een van hen herkende het en noemde Thich Nhat Hanhs naam. Maar als ik alleen loop, voel ik me toch een beetje opgelaten. Ik zette mijn stappen dus iets sneller.

Tegenover de brievenbus is een kringloopwinkel waar ik graag even snuffel. Dat deed ik nu ook. Ik vond dit keer niets. Dat is wel eens anders. Ik heb er al eens een prachtige uitvoering van La Clemenzia di Tito vandaan gehaald en een mooie zijden sjaal. Goed, dit keer had ik niets nodig. Dat is ook een goed gevoel: ik heb genoeg.

Ik besloot terug te wandelen door het park dat iets verderop in de wijk ligt. In de straat die naar het park leidt, staan bomen met rode bessen die op rozenbottels lijken. Ik bleef even staan om ze te bestuderen. Een rij bomen met met rode bessen in een straat. Het is een mooi gezicht.

Het rustige lopen in het park was een genot. Op de grond tussen de gele bladeren lag een klein rood babysokje met witte stippen. Zou het kind een koud voetje hebben gekregen, vroeg ik me af. Twee jongens gooiden stenen in de vijver. Hun voetbal lag in het water en door de stenen achter de bal te gooien, hoopten ze blijkbaar dat de bal op de kringen naar de wal zal komen. Het is slim bedacht. Aan een picknicktafel gingen een jongen en een meisje volledig in elkaar op. Verderop speelden een paar jongens op een toestel dat ik niet goed kan omschrijven.

Terwijl ik liep kwamen er beelden is mij op van de vorige wandeling in dit park. In de zomer met mijn zus en haar gezin. Neef met muziek in zijn oren, zacht genoeg om ons te horen als we hem iets vragen, hard genoeg om alleen te zijn. Nichtjes die alle speeltoestellen uitproberen. De een omdat ze lenig is en heel sportief, de ander omdat ze sowieso alles wil proberen. De zin van het gedicht 'Onder de appelboom' van Rutger Kopland kwam in met op:  het was zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar. En een andere zin uit dat gedicht: er lag nog speelgoed in het gras. Een kleine wandeling door mijn buurt in de namiddag..... het was heerlijk.

woensdag 24 oktober 2012

D'ruitdaging!

Hoe ik erbij betrokken ben geraakt, weet ik niet meer. Hilde Verdijk, een professional organiser, heeft oktober uitgeroepen tot de maand van het grote opruimen. Ik vind dat het wel past wel bij oktobermaand woonmaand. En dat past weer bij het seizoen. Mensen gaan weer meer naar binnen. Daar moet het warm en  aantrekkelijk zijn. Hilde noemt haar actie de d'ruitdaging. Vorig jaar heb ik voor de eerste keer meegedaan en dit jaar doe ik opnieuw mee. Ik kan het iedereen aanraden. Als je rommel hebt, tenminste.

Vooraf heb ik, net als veel anderen, aan Hilde gemaild hoeveel ik dacht weg te doen dit jaar. Iedere dag krijg ik een andere opdracht. Zo vraagt ze je bijvoorbeeld om te kijken hoeveel toiletspullen je hebt die je niet gebruikt: medicijnen die over datum zijn, tubes crème die je niet fijn vindt maar bewaart voor het geval dat... Vorig jaar had ik al veel weggedaan. Ik dacht dat ik nu eigenlijk niet meer hoefde te kijken. Dat lag toch even anders. Vorig jaar had ik een paar tubetjes crème bewaard met de gedachte dat ik ze leeg zou maken. Dat heb ik niet gedaan. Genoeg reden om ze weg te gooien: ik heb ze duidelijk niet nodig.

Andere vraag: hoeveel pennen heb je? Dit was mijn grootste verrassing vorig jaar. Ik heb er wel 50 weggedaan (naar de kringloopwinkel). Nu heb ik drie pennen, 1 potlood, 1 gum, 1 puntenslijper in een houten bakje. Het is soms lastig als ik mijn pen heb laten slingeren. Dan moet ik een tijdje zoeken. Maar het is ook genoeg: resultaat van Hilde's lessen.De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik al weer vier nieuwe pennen in het bakje had liggen. Geen idee waar ze vandaan gekomen zijn. Spullen lijken ongemerkt mijn huis binnen te komen, zoals sokken bij sommige mensen ongemerkt verdwijnen.  Een vriend van mij is een notoire sokkenverliezer en heeft alleen maar zwarte sokken, allemaal gelijk. Zo kan hij zich met een gerust hart neerleggen bij verdwijnende exemparen.

Voor mij ontstaat er rust als alles een plek heeft. Het lukt niet altijd om een goede plek voor spullen te vinden, en dan ontstaat de rommel. En rommel is dan weer een belemmering, een doorbreking van wat mijn zus noemt de visuele rust. Ik kan er niet goed tegen, erger me eraan en stoor me vervolgens aan mezelf omdat ik geen geschikte plek weet te vinden en dus in de rommel blijf zitten. Ik houd van orde, maar ben van aard niet ordelijk. Daar heb ik dus hulp bij gevonden van Hilde. Het zou me goed doen om meer te steunen op praktische mensen.

Vorig jaar oktober heb geweldig veel weggedaan, meer dan 300 dingen. Een paar maanden later ging ik verhuizen. Met de lessen van Hilde in mijn achterhoofd ben ik nog een keer door mijn huis gegaan. Twee ladingen grof vuil, dozen en dozen vol naar de kringloop winkel en voor meer dan € 1000,00 spullen verkocht via Internet. Dit jaar is 'de oogst' minder maar toch ook nog aanzienlijk. Er zitten dingen bij die ik vorig jaar nog nodig had en nu niet meer.
Door mee te doen met de d'ruitdaging is het met mijn rommel op een aantal punten al een stuk beter. Het geeft me een licht gevoel dat ik minder spullen heb. Ik ben dit jaar kleiner gaan wonen. Dat heeft te maken met mijn gevoelens over de ruimte die mensen innemen. Daar heb ik het nog wel eens over. De opruimactie onder leiding van Hilde heeft dat een stuk makkelijker gemaakt.

Ik vind het belangrijk om te leven vanuit genoeg, niet vanuit het maximale. Dit opruimen brengt me daar dichter bij. Voor mij is leven vanuit genoeg een basis voor tevredenheid en dat is een vriendelijke en milde levenshouding.

dinsdag 23 oktober 2012

Appeltaartyoghurt

Op de terugweg van de Sanghabijeenkomst fiets ik langs de winkel van de familie Oudenbosch. Zij verkopen producten van hun boerderij en van collega's. Er zijn grote zakken met aardappels, appels en peren. Daarnaast verkopen ze vruchtensappen die ze zelf maken. Het zijn allemaal streekproducten. Die koop ik graag. Transport van voedsel is erg belastend voor het milieu. Hoe minder daar van nodig is, hoe fijner ik het vind. Respectvol voor de natuur.

Ik kom voor de appels. Achterin de winkel liggen de moesappels. Dit zijn soms appels die niet aan de standaarden voldoen: te klein, rare vorm, vlekjes. Soms zijn het, denk ik, echte moesappels. Voor € 2,50 kun je vier kilo appels kopen. Als ik terug naar de kassa loop, zie ik nog een zak prachtige Gieser Wildemannen. Ik besluit een zak mee te nemen. Die kan ik nog wel een tijdje bewaren. Zij komen later. Van de appels maak ik compote. Ik vind dat heerlijk als ontbijt door de yoghurt. Ik maak compote met kaneel en rozijnen, daar krijg je appeltaartyoghurt van.Walnoten zorgen voor een 'bite'.

Het schillen van de appels is een hele klus, maar met de serie Rivercottage - Winter's on the way via Youtube, is het fijn om te doen. Het moet in etappes, want mijn pannen zijn niet groot genoeg voor zoveel fruit. Terwijl de ene lading pruttelt, kraak ik de walnoten en schil ik de volgende appels. In een lading gaat ruim een kilo appels, twee handen rozijnen, een theelepel vanillearoma, een glas water en na een tijdje koken nog een handvol walnoten.

De schillen gaan in het compostvat op de druivenvelletjes van vorige week. Als de moes klaar is, doe ik het in bakjes. Ik laat ze goed afkoelen en dan gaan ze in het vriesvak, dat dan ook wel gelijk vol zit. Eén bakje doe ik door een liter yoghurt van de Drentse Aa. Een heerlijk, geurig en voedzaam herfstontbijt voor de komende 10 weken.


maandag 22 oktober 2012

Jubeljaar

Een tijdje geleden kreeg ik een prachtige waaier die mijn zus voor mijn verjaardag had gemaakt. Ik ben 42 geworden: volgens de bijbel ben ik in een jubeljaar. Het verhaal stamt uit het bijbelboek Leviticus, hoofdstuk 25:

En de HERE sprak tot Mozes op de berg Sinaï: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer gij in het land komt, dat Ik u geef, dan zal het land rusten, een sabbat voor de HERE. Zes jaar zult gij uw akker bezaaien en zes jaar zult gij uw wijngaard snoeien, en de opbrengst ervan inzamelen, maar in het zevende jaar zal het land een volkomen sabbat hebben, een sabbat voor de HERE: uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet snoeien.

De waaier bestaat uit 7 delen. Een deel per 7 jaar, ieder deel een eigen thema met plaatjes die mooie herinneringen oproepen. Een plaatje dat lijkt op het behang van mijn meisjeskamer. Bette Davis, mijn favoriete actrice uit de tijd dat ik me vergaapte aan de stijl van de Hollywoodfilm  Aletta Jacobs doet denken aan mijn afstuderen. Mijn zus heeft iedere periode van 7 jaar een naam gegeven die mijn relatie met de wereld aangeeft. Nieuw in de wereld voor mijn eerste jaren, bijvoorbeeld. Of  Oude wereld nieuw, voor mijn studie geschiedenis. Ik ken niemand die dit soort dingen zo goed kan als mijn zus.

Het is een mooi idee: om de zeven jaar of om de zoveel tijd een periode rust nemen. Vorige week vertelde een collega mij dat het menselijk lichaam zich om de zeven jaar helemaal vernieuwt. Zou het daar iets mee te maken hebben? Ik neem me voor dat ik in 2013 rustig aan zal doen. Ik maak er mijn jubeljaar van: genieten en me richten op het goede leven. Ik ga de tijd nemen om uit te zoeken wat ik daarvan vind. Een jaar van rust en aandacht.

Ik vraag me een beetje af of dat zal lukken. Het leven neemt zo vaak in haast het stuurwiel over. Voordat je het weet zijn de weken weer aan je voorbij gestormd. Zuinigaan, een blogschrijfster over zuinig leven, heeft in 2012 een lijst gemaakt van 52 wensen voor het nieuwe jaar. Ik vind dat een mooi handvat voor een jubeljaar. Elke week iets moois om naar uit te kijken. Ik ga de komende twee maanden nadenken over mijn wensen, over hoe ik ga genieten van mijn jubeljaar.....

Met dank aan mijn zus.

zondag 21 oktober 2012

Thich Nhat Hanh

De eerste en derde zaterdag in de maand ga ik, als ik kan, naar de Sangha waar ik lid van ben. Een Sangha is een boeddhistische gemeenschap. We komen samen om te mediteren, om samen te oefenen. Ik kijk altijd uit naar deze ochtenden. Het is een feest om de anderen te zien en om te genieten van het samenzijn. Het is een warme groep mensen.

De sangha staat in de traditie van de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh. Hij is degene die koos voor geëngageerd boeddhisme. Toen hij jong was, was Vietnam in oorlog: eerst met de Fransen en later met de Amerikanen. De oorlog richtte een enorme schade aan. Thich Nhat Hanh wilde het klooster uit om mensen helpen en stichtte daarvoor de School of Youth for Social Service. Grote groepen jongeren volgden hem. Zij hielpen gewonden, bouwden afgebrande huizen weer op, gaven kinderen onderwijs, steunden dorpsgemeenschappen en deden dit alles vanuit geweldloosheid  en een streven naar vrede.
Zoals dit vaker gebeurt, werd de groep rond Thich Nhat Hanh gewantrouwd door beide strijdende partijen. Iedere partij dacht dat de groep betrokken was bij de vijand. Het heeft de mensen regelmatig in gevaar gebracht. Sommigen hebben het met de dood moeten bekopen.

Thich Nhat Hanh is één van de mensen die er in geslaagd is om in groot lijden mild te blijven en dit ook uit te dragen. Hij erkent zijn eigen lijden en dat van de ander. Hij heeft de bitterheid en de wrok gevoeld tegen de Franse en Amerikaanse soldaten. Maar hij zag tegelijkertijd dat het jonge jongens waren, die ook bang waren en liever teruggingen naar hun families. Zo kon hij liefdevol zijn naar zijn vijanden. Zijn milde, aandachtige en, respectvolle manier van leven spreekt me erg aan. In die mildheid zet hij zich in voor vrede en gelijkheid.

Zo wil ik zelf ook leven. Mild voor mezelf en anderen, aandachtig en respectvol in mijn contact met anderen en  de natuur. In de Sangha kan ik dit met mensen delen. Het is normaal om aandachtig naar elkaar te luisteren. We begrijpen van elkaar hoe moeilijk het kan zijn om jezelf los te laten. We kennen het gevoel van een meditatie die maar niet wil lukken omdat er teveel gedachten zijn. Juist daarom is het goed om samen te oefenen. Binnenkort vieren we een Dag van de Aandacht met de Sangha's in het Noorden. Ik zie er erg naar uit.




vrijdag 19 oktober 2012

Uit de tuin

Mijn ouders hadden een groentetuin. Eerst jarenlang één aan de ander kant van het dorp. Mijn vader huurde daar grond van een oud echtpaar. Ik weet niet of hij het echt leuk vond, maar hij heeft de tuin jaren gehad. We hadden ook groenten in de achtertuin. Een paar herinneringen uit mijn jeugd hebben met de tuin te maken.

Mijn vader teelde peultjes. Dat waren toen luxe groenten. Hij rekende ons voor hoeveel geld we zouden hebben betaald als we de peultjes in de winkel hadden gekocht. 'Weet je wel dat de peultjes nu twee gulden per ons kosten in de winkel? En wij eten nu een kilo! Allemaal uit de tuin'. Daar genoot hij zeker van, luxe voor weinig geld, niet naar de winkel te hoeven gaan. Mijn moeder had ook haar plezier in de tuin. 'Weet je dat de raapstelen die we nu eten, tien minuten geleden nog in de tuin stonden? Verser kan het niet!'

Ik heb de liefde voor de groentetuin van mijn ouders overgenomen. Een tijd heb ik een volkstuintje gehad, maar nu heb ik een tuin achter mijn nieuwe huis. Dit jaar was ik laat met het planten omdat de verhuizing voor ging, maar toch: ik heb boontjes, aardappels, kervel en snijbonen uit de tuin kunnen eten. De sla en de courgette zijn opgegeten door de slakken, en de artisjokken zullen volgend jaar vrucht dragen.

Mijn collega H. heeft paarden. Binnenkort hoop ik wat mest te krijgen uit zijn stallen. Dat kan dan mooi voor de winter nog op bepaalde delen van de tuin. De groentetuin is klein, maar ik zal er vast veel plezier aan beleven. Deze winter met de keuze van de planten, want de helft van het geluk dat een tuin geeft bestaat uit dromen, in de lente met het voorzaaien en in de zomer en de herfst met de oogst. Het mooiste van de tuin, voor mij, is het genieten van de vrijgevigheid van de natuur. Eén klein zaadje kan vele courgettes opleveren, imposant grote pompoenen of een hand vol dunne boontjes die je ongekookt kunt eten, zo mals zijn ze.

De tuin gaat langzaamaan in rust en ik ga dromen.....

donderdag 18 oktober 2012

Druivenoogst

Het mooie van de herfst is de oogst: appels, peren, walnoten, kastanjes. De rijkdom van de natuur maakt voor mij het leven goed. Ik kook moes van de appels, stoof de peertjes, maak pesto met de walnoten, kook de kastanjes met spruitjes. Ieder jaar mag ik weer genieten van de druivenoogst uit de tuin van A. Hij heeft al jaren een enorme druif die bijna ieder jaar indrukwekkend veel vrucht draagt. Ook dit jaar krijg ik weer een grote plastic tas vol.

Thuisgekomen doe ik de druiven in een emmer water. Eerst moeten de beestjes uit de trossen. Vorig jaar heb ik heel veel potten druivensaus gemaakt op basis van een recept voor pruimenchutney. Het komt uit het boekje Confitures, chutney's en sauzen uit 1987, samengesteld door Pauline Zitter. Dit is wat ik toen deed met de druiven:

Doe 2 kilo druiven in de pan en kook dit tot sap. Zeef de velletjes en de pitten er uit. Snijd 2,5 cm verse gember heel fijn, en voeg dit met 1,5 kilo bruine suiker en wat zout toe aan het sap. Voeg daarna een theelepel gemalen koriander, een theelepel gemalen komijn, een theelepel uienpoeder en 4 kleine gedroogde pepertjes toe. Daarna nog 100 gram gemalen noten (amandelen, cashews of hazelnoten) en 200 gram rozijnen toevoegen. In het recept hoort ook 2 eetlepels azijn. Die voeg ik niet toe, want ik houd niet van zuur. 
Dit recept met pruimen wordt dik en smeerbaar. Met druiven blijft het vloeibaar, een saus die heel mooi past bij geitenkaas uit de oven of een gebakken camembertschijf, boontjes en aardappels. 

Ik heb nog genoeg saus voor een jaar. Dit jaar maak ik sap. Het is eenvoudig: koken, zeven en in flessen doen. 

Het loshalen van de druiven is een precies karweitje. Ik sta in de keuken en probeer aandachtig bezig te zijn, te genieten van dit moment. Zoals altijd gaan mijn gedachten alle kanten op en moet ik me eraan herinneren dat ik me ontspan. Het hoeft niet snel. Efficiënt werken is hier niet nodig. De kleur van de druiven is prachtig als ze samen in de pan liggen en als ze een tijdje koken liggen ze in roze sap. 


Dan gaan de druiven door de zeef. Ik duw ze wat aan om al het sap uit de druiven te krijgen. Het wordt er wat troebel van, maar voor de smaak maakt het niet zoveel uit. Daarna gaat het kokend heet in flessen, die ik heb schoongemaakt met kokend water en soda. Na het vullen van de flessen is er nog een klein restje om van te genieten. Het is licht zuur, maar de smaak is heerlijk zuiver.

Alle druivenpulp gaat in het compostvat. De takjes doe ik er niet bij omdat ik het idee heb dat die niet snel genoeg verteren. En dan is het tijd voor het schoonmaken van het gasstel en vooral de vloer van de keuken. Aan het einde van de middag zit ik bij de kachel en hoor ik het geluid dat het werk afmaakt: de klik van de deksel die vacuüm trekt. Dat is altijd weer een genoegen.

Van al het druiven wassen heb ik droge handen gekregen. Een rustmoment bij de kachel met geurige handcrème sluit een dag van oogsten en inmaken af. Binnenkort mogen mijn gasten komen genieten van het sap. Delen maakt het  leven goed.





woensdag 17 oktober 2012

Malala

Ze ligt in het ziekenhuis in Engeland. Een meisje van 14. In de kranten wordt ze een activiste genoemd. In haar nek geschoten door de Taliban. Ze strijd voor het recht op onderwijs, Malala Yousoufzai. Ik volg het geschokt en gefascineerd. Hoe kan dit toch? Hoe kan een klein meisje zó dapper zijn, bereid zijn om zoveel risico te lopen? En hoe kunnen volwassen mannen zó vijandig worden tegenover een kind, dat ze haar neerschieten en beloven dat te zullen blijven doen tot ze dood is.

Een begin van een antwoord vind ik in een filmpje over haar. Ze wordt in 2009 geïnterviewd met haar vader. Ze zegt dat ze graag dokter wil worden, maar dat haar vader vindt dat ze politica zou moeten worden. Het lijkt haar niet leuk, maar hij gelooft dat zij krachtig genoeg is om het te kunnen. Zij is in staat om een samenleving te creëren waarin alle mensen kunnen studeren. Terwijl hij met zijn hand over haar hoofd streelt, zegt hij: 'Toen ik haar voor het eerst zag, een net geboren kind en ik keek in haar ogen, werd ik verliefd op haar, geloof me. Ik houd van haar. Ik houd van haar.' Ze heeft een vader die in haar gelooft en van haar houdt. Ze heeft zijn liefde en zijn voorbeeld. Volgens mij is dat de basis van kracht in veel mensen; liefde en vertrouwen van anderen, en voor meisjes zeker van hun vader.

Over de tweede vraag praat ik met Bart. We zitten samen in de auto om de kas te gaan controleren bij de penningmeester van onze sangha (meditatiegemeenschap). Terwijl er een ree de weg oversteekt, vertelt hij dat hij een gesprek heeft gehad met een collega over een psychiatrische theorie. De theorie gaat over de manier waarop mensen samen een werkelijkheid maken. Hij noemt het voorbeeld van een gordijn. Hij kan zeggen dat het een groen gordijn is. Daarna kan ik naar het gordijn kijken en zeggen dat ik toch denk dat het meer blauw is. Waarschijnlijk besluiten we dan samen dat het gordijn turkoois is. Deze Taliban hebben samen volgens hem een heel harde werkelijkheid gemaakt en sterken elkaar steeds in dat werkelijkheidsbeeld. Radicalisering hoort daar ook bij.


Het is een werkelijkheid als een procrustesbed. Wie niet in het beeld past, wie zich niet voegt of wie zich verzet wordt weggehakt uit de samenleving. Een zondaar, een vijand. Pratend komen we ook op de hardheid van een fundamentalistisch geloof. Een harde god, de gedachte dat mensen in- en inslecht zijn, regels, beperkingen en straf, het zijn allemaal elementen die een mens klein en onbeduidend maken. Misschien maakt het dan niet meer uit of er één meer of minder is. Een individu doet er niet toe in de Grote Waarheid. Die wereld is ontdaan van respect, mildheid, empathie, mededogen. De Grote Waarheid is kaal en koud.

Malala zet hier haar individuele wens voor persoonlijke ontwikking tegenover. Ze is islamitisch, als de Taliban. We zien haar aandachtig bidden. Haar variant van de werkelijkheid is mild, rijk en liefdevol. Daar vecht ze voor, met haar vader en voor ons onbekende anderen. Ze heeft geschreven over de misdaden van de Taliban en hield haar strijd om het onderwijs vol tot ze werd neergeschoten. Veel van de interviews, die op Youtube staan, zijn niet te verstaan maar haar uitstraling is duidelijk, krachtig en zelfverzekerd. Ik kijk naar haar met groeiende verwondering en met gevoelens van hoop. Hoop dat het haar zal lukken, als ze overleeft. Ze is een vechter, dat heeft ze bewezen.

Ik hoop op het leven van Malala! Op de vasthoudendheid! Op dat wat overtuiging en verlangen kunnen bereiken!

Iets doen voor Malala en andere vrouwen in Pakistan?

Vierkante meter

Iedere dinsdagmorgen om kwart voor negen is het tijd voor het ZKV op radio 4, het Zeer Korte Verhaal van A.L.Snijders. De aankondiging begint altijd met drie vaste zinnen:
'Goedemorgen, meneer Snijders.'
'Goedemorgen, Margriet.'
'Hoe is het vandaag met u?'
Dan vertelt meneer Snijders wat hem zoal bezig houdt. Dit keer vertelde hij dat hij veel had gelezen over de crisis bij gemeenten. Ze hebben teveel bouwgrond die ze te duur hebben gekocht en nu er niets mee gedaan wordt, is de grond in waarde gedaald. Het is hem duidelijk geworden toen hij de prijs per vierkante meter zag: € 350,00 voor de bouwgrond, maar nu het weer agrarische grond wordt is de prijs € 6,00 geworden.
Margriet zegt: 'Als je problemen terugbrengt naar één vierkante meter, dan snap je ze ineens beter.

Ik glimlach als ik die uitspraak hoor, en vraag me af of ze hem van tevoren bedacht heeft. Of zou ze dit zomaar zeggen en niet merken hoe leuk het eigenlijk is? Het is waar. Veel gebeurtenissen zijn aangrijpend en complex. Ik voel me daar regelmatig machteloos onder. Ik denk dat ik niet de enige ben. Er zijn berichten over oorlogen in Syrie, Afganistan, Soedan, natuurrampen en alle mogelijke vormen van onrecht en onderdrukking.

Het is zo makkelijk gezegd door een journalist die een ramp verslaat: 'En de wereld kijkt toe.' Suggererend dat de wereld iets kan doen. Hoeveel missies zijn er intussen geweest naar allerlei landen? Hoeveel levens heeft het gekost? En heeft het echt geholpen? Ik vraag het me soms af. Toch voel ik dat er een beroep op me wordt gedaan. Ik kijk ook toe. Maar wat kan ik doen? Niet veel, denk ik.

Me afwenden wil ik toch ook niet. Ik stel me voor dat het veel erger is om te lijden als er niemand is ervan weet, er niemand is die met je meeleeft. Amnesty International, bijvoorbeeld, heeft veel van die verhalen. Ik heb ze gelezen in hun tijdschrift. Iemand krijgt na jaren in de cel ineens een briefje of een kaart en voelt dat hij niet vergeten is. De situatie is nog net zo erg als voor het briefje, maar hij voelt zich anders.

Ik zie de 'vierkantemetertactiek' bij veel mensen. Je kunt niet veel doen aan een oorlog, maar je kunt wel de herbouw van dat ene ziekenhuis steunen. Je kunt kinderprostitutie niet stoppen, maar wel zorgen dat de misbruikte kinderen naar school gaan en een eigen leven op kunnen bouwen. Je kunt de armoede de wereld niet uit krijgen in je eentje, maar wel helpen door  betalen aan microcredieten.

En dan is er de andere 'vierkante meter': de ruimte om je heen. De ruimte waar je je dagelijks leven doorbrengt, waar je vrienden, collega's en buren tegenkomt. J., een van mijn buren, zegt dat ze vooral haar hart volgt in haar zoektocht naar verantwoordelijk en goed leven. En dat ze graag betekenis heeft voor mensen om haar heen: even luisteren naar een verhaal, even iemand troosten. Ze neemt daar de tijd voor, is zelfs minder gaan werken om meer rust en tijd te hebben voor anderen. Ze is er ook erg goed in. Het is altijd prettig om bij haar te zijn.

Beide vierkante meters horen voor mij bij het goede leven: zoeken naar manieren om anderen te helpen en een houding van aandacht voor je omgeving. Het betekent dat je, daar waar je kunt, bijdraagt aan een goed leven van anderen. Dat kan ik in ieder geval wél.


maandag 15 oktober 2012

Wolkengordijn

Sommige beelden zijn zo mooi, dat ze een dag helemaal goed kunnen maken. Ik reed van mijn werk naar huis, in westelijke richting. Het was een echte, wat ruige herfstdag. Regen en zon wisselden elkaar de hele dag al af. Links en rechts van de weg was het donker en aan de wolken was te zien dat het hard regende. De grauwe lucht hing tot aan de grond. Het leek alsof de donkere wolken de gordijnen waren van het toneel recht voor me: helder blauwe lucht, witte wolken en zon. Ik genoot van de uitzonderlijke aanblik. Ik rijd deze weg al een jaar of vijf en dit had ik nog nooit gezien. Ik voelde een geluk in me opkomen bij zoveel schoonheid, zoveel contrast. Een cadeautje van de natuur.